Skip to main content

Schrijf je een boek of een tijdschrift?

23 januari 2024

In non-fictieboeken lees je steeds vaker interviews met experts en ervaringsdeskundigen. Waardevol of overbodige bladvulling?

Reportages in actualiteitenprogramma’s als Eenvandaag bestaan vaak uit een lange rij oneliners van experts en ervaringsdeskundigen. Stel, de presentator introduceert de vraag ‘Hoe veilig zijn onze dijken nu de zeespiegel stijgt?’ Onbewust reken je dan op een stelling (nee, de dijken zijn niet veilig genoeg) en een keurig gerangschikte opsomming van argumenten voor en tegen. Maar wat je krijgt is een potpourri van korte meningen en feiten in de vorm van uitspraken van twee hoogleraren, een actievoerder, een dijkgraaf, een bioloog en twee bewoners van een dijkhuis die in dertig fragmenten achter elkaar zijn geplakt. Er is zelden een voice-over die de kijker bij de hand neemt en een beetje orde schept in de chaos. Aan het eind van zo’n rommelige reportage boordevol talking heads verlang ik terug naar de tijd dat G.B.J. Hilterman in zijn eentje de toestand in de wereld besprak. Ik was het vaak niet met hem eens, maar het was wel een coherent betoog.

Ook in non-fictieboeken vind je steeds vaker verhalen van experts en ervaringsdeskundigen, meestal in aparte kaders. Boeken lijken hierdoor meer op tijdschriften. Soms zijn de losse verhalen een waardevolle en logische aanvulling op de lopende tekst, maar vaak voegen ze weinig toe. De expert vertelt wat ik drie pagina’s eerder al had gelezen en de ervaringsdeskundige beschrijft wat ik zelf had kunnen bedenken.

Ik stimuleer auteurs altijd om te gaan praten met mensen die verstand hebben van het onderwerp waarover ze schrijven. Dit levert waardevolle informatie op, maar waarom zou je die gesprekspartners vervolgens allemaal letterlijk citeren in je boek, weggestopt in een kader? Je kunt hun verhalen toch ook verwerken in je eigen woorden? De charme van een non-fictieboek is voor mij juist dat de schrijver alles wat hij te weten is gekomen zorgvuldig analyseert en in een ononderbroken en samenhangend betoog zelf uitlegt. Ik heb als lezer geen bezwaar tegen kaders met persoonlijke portretten of cases, integendeel, maar alleen als deze onmisbare aanvullingen vormen op de tekst en deze niet onnodig onderbreken.

Het is niet alleen luiheid die auteurs ertoe brengt om hun boek te vullen met dit soort kaders, het is ook eigenbelang. De geportretteerden zijn soms mensen bij wie ze een wit voetje willen halen, bijvoorbeeld omdat het potentiële klanten zijn of omdat ze na de publicatie misschien een stapel boeken af willen nemen. Bovendien vult het lekker veel pagina’s, al die interviews.

Wat vind jij daar nou van, al die interviews in boeken tegenwoordig, vroeg Stefanie Hoogland mij vorige week. Zelf leest ze dat soort teksten meestal niet meer. Nou, ik vind het dus ook niks. Je mag me citeren.

Geerhard Bolte is uitgever van Uitgeverij Haystack en auteur van Waarom schrijf je geen boek? Heb je een voorstel voor een boek? Stuur hem een mail of maak contact via LinkedIn. Wil je zijn blog elke week automatisch ontvangen in je mailbox? Schrijf je hier in.