Overslaan en naar de inhoud gaan

Tag: lezer

Hoe bedenk je een briljante boektitel?

Hoe bedenk je een briljante boektitel?

Een goede boektitel is misschien wel de belangrijkste succesfactor voor een boek. Natuurlijk, je moet ook een aantrekkelijk boek hebben geschreven, maar de titel bepaalt in hoge mate of potentiële lezers er ooit een letter van zullen lezen. Maar hoe bedenk je een briljante titel? Ik heb geen idee, en dat is maar goed ook.

Samen met auteurs heb ik als uitgever al veel boektitels bedacht. De ene keer kwam een boektitel direct aanwaaien, de andere keer moesten de auteur en ik de titel er met de haren bij trekken. Het resultaat was soms matig, soms geweldig. Helaas heb ik geen oorzakelijk verband kunnen ontdekken tussen de kwaliteit van een titel en de manier waarop ik het aanpakte. Hoe ik het ook organiseer en hoe actief ik er ook mee bezig ben, mijn brein is een eigenwijze levenspartner en produceert niet op commando bruikbare ingevingen. 

Ik ben gelukkig niet de enige voor wie het bedenken van goede ideeën een onnavolgbaar proces blijkt. Neem Paul McCartney. 

‘Ik rommel wat aan’

Volgens de Amerikaanse auteursrechtenorganisatie ASCAP schreef McCartney 1.059 liedjes. Van al die liedjes belandden er honderden in een top honderd, en vele tientallen op nummer een. Toch heeft McCartney naar eigen zeggen geen idee hoe hij het doet, muziek bedenken. In de songwritinglessen die hij nog altijd geeft, begint hij steevast met dezelfde bekentenis: ‘Ik weet niet hoe ik dit doe. Je zou denken van wel, maar dit is niet iets wat je ooit echt leert.’

Schrijver John Higgs beschrijft in zijn boek Love and Let Die hoe McCartney nooit bladmuziek heeft leren lezen uit angst dat het de manier waarop hij werkt zou verstoren. Toch zit hij niet werkeloos op inspiratie te wachten. Zijn vader leerde hem al vroeg: D.I.N.: ‘do it now’. Hij gaat zitten met een gitaar of piano en zoekt naar melodieën, akkoorden, losse woorden; gewoon iets om mee te beginnen. In een podcast met de Amerikaanse publieke radiozender NPR zei hij: ‘Dan rommel ik wat aan en probeer het spoor te volgen. Soms loopt het dood in een steeg en moet ik terug om een andere weg in te slaan.’ Veel concreter dan dit is McCartney nooit geweest over de manier waarop hij het doet. Wat ik als een opluchting ervaar: als hij al niet weet hoe je creatief moet zijn, dan hoef ik me niet te schamen voor het feit dat ik ook niet weet hoe je een boektitel bedenkt.

Misschien is niet weten hoe je het doet geen obstakel. Misschien is het juist wel de sleutel.

Producten of kunst

Het moment dat je precies weet hoe je een briljante titel bedenkt, is waarschijnlijk het moment dat je er geen meer kunt bedenken. Want wat je dan produceert, is geen titel meer, het is de uitkomst van een formule. En formules leveren producten op, geen kunst. Ze zijn betrouwbaar, efficiënt en volkomen voorspelbaar. Precies daarom falen ze.

Een goede titel moet niet alleen de lezer maar ook de bedenker verrassen. Die verrassing is niet bijzaak; het is het bewijs dat er iets echts is gebeurd, iets wat je niet had kunnen plannen. Wie het proces volledig doorziet en er een systeem van maakt, sluit die verrassing bij voorbaat uit. Je volgt niet langer het spoor; je legt het zelf aan. En een spoor dat je zelf aanlegt, leidt altijd naar een bestemming die je al kende.

Niet weten hoe je zoiets als een boektitel bedenkt is daarom geen zwakte die je moet overwinnen. Het is de toestand waarin originaliteit überhaupt mogelijk is.

Het grootste geheim van succesvolle auteurs

Het grootste geheim van succesvolle auteurs

De beste schrijvers van non-fictie passen een truc toe die bijna niet opvalt, maar altijd het verschil betekent tussen een boek dat verkoopt en een boek dat op de plank blijft liggen. Het is een truc die iedereen kan leren, maar die bijna niemand toepast omdat je eigenlijk alles moet vergeten wat je over schrijven hebt geleerd.

Herinner je je nog hoe je op de lagere school leerde schrijven? Juf Anouk schreef drie woorden op het bord: Mijn mooiste vakantie. ‘Vertel maar wat je hebt beleefd,’ zei ze. ‘Wat je hebt gezien, geproefd, gevoeld.’ Je pakte je pen en schreef. Over de camping in Frankrijk. De boomhut. Het onweer op de laatste avond. Alles wat je had meegemaakt. En juf Anouk gaf je een acht, omdat je zo mooi had opgeschreven wat je wilde vertellen. Juf Anouk bedoelde het goed, maar ze maakte een cruciale fout: ze leerde je om te schrijven wat je bedoelt. Maar het doet er helemaal niet toe wat je bedoelt, het enige wat telt is wat de lezer leest. 

In de loop van je leven maakten de opvolgers van juf Anouk exact dezelfde denkfout. De leraar Nederlands leerde je om een betoog te schrijven, en gaf dezelfde boodschap: ‘Zorg dat jouw standpunt helder is. Bedenk feiten en argumenten die jij overtuigend vindt.’ Je eerste leidinggevende vroeg je om een rapport te schrijven. ‘Zorg dat jouw conclusie er duidelijk in staat,’ zei hij. ‘Schrijf op wat jij hebt gevonden, wat jij hebt onderzocht, wat jij belangrijk vindt.’ Je schreef dertig pagina’s. Je leidinggevende knikte tevreden. Misschien heb je zelfs een schrijfcursus gevolgd. De coach zei: ‘Schrijf vanuit je passie. Schrijf wat jou bezighoudt.’ Je geloofde haar. Maar het is precies hetzelfde domme advies als dat van juf Anouk, alleen eigentijdser verpakt. Schrijf wat jij voelt. Schrijf wat jij denkt. Schrijf wat jij bedoelt. Het klinkt zo logisch, maar het is het domste advies dat je kunt krijgen. 

Achterhaald idee

Juf Anouk, jouw leraar Nederlands, je leidinggevende en je schrijfcoach gaan allemaal uit van het volstrekt achterhaalde idee dat je boodschap ongefilterd binnenkomt als je hem maar aantrekkelijk verwoordt. Je lezer is echter geen apparaat dat je informatie ongefilterd verwerkt. Je lezer interpreteert. Hij haalt jouw boodschap door zijn zompige brein, waarna er soms weinig overblijft van jouw oorspronkelijke bedoelingen. 

Communiceren in de grotemensenwereld gaat precies zoals het vroeger in de klas ging tijdens het telefoonspel. Een zin ging de kring rond, tot hij bij het laatste kind aankwam. Dat kind zei hardop wat hij had gehoord. Iedereen lachte, want wat begon als ‘De kat ligt in de mand met een gele hoed,’ was onderweg veranderd in ‘De rat zit op de mat met een gekke voet.’ 

Wat bedoelde Flaubert?

Dat zoveel mensen informatie zien als eenduidig is niet vreemd; tot ver in de vorige eeuw waren ook literatuurwetenschappers daarvan overtuigd. Ze vroegen zich af: wat bedoelde Flaubert? Wat wilde Tolstoj zeggen? De Duitse literatuurwetenschapper Wolfgang Iser draaide dat om: het maakt niet uit wat de auteur bedoelt. Betekenis ontstaat op het moment dat een lezer leest. Niet ervoor, niet erna. Dáár. In zijn boek The Act of Reading uit 1978 beschrijft Iser hoe lezen een actief, creatief proces is. De lezer vult in, interpreteert, corrigeert en construeert voortdurend. Een tekst is nooit af totdat een lezer hem leest. 

Hoe dan wel?

Een advocaat die zijn pleidooi schrijft om zijn eigen juridische kennis te etaleren, verliest. Een advocaat die zijn pleidooi schrijft voor de rechter, en dus rekening houdt met diens referentiekader, twijfels en vragen, wint. Een schrijver die zijn boek schrijft om zijn kennis en ervaringen te delen, zal de top zestig nooit halen. Een succesvolle schrijver daarentegen is ervan doordrongen dat hij zijn ego aan de kant moet zetten en zich moet richten op de lezer. Wat wil ik dat de lezer begrijpt, voelt en doet? 

Hoe krijg je de focus op de lezer voor elkaar? Het vereist dat je je continu bewust bent van het effect van wat je schrijft. Bij elk feit, elk argument, elke zin en eigenlijk elk woord moet je jezelf afvragen: hoe komt dit over? Begrijpt de lezer wat ik bedoel? Moet hij lachen? Komt hij zo in actie? 

Doe bijvoorbeeld wat Stephen King aanraadde in zijn onvolprezen boek On Writing: ‘I write for an audience of one: my Ideal Reader.’ King schreef altijd voor één specifieke persoon in gedachten: zijn vrouw Tabitha. Niet voor zichzelf, niet voor zijn critici, maar voor haar. En als een advies goed genoeg is voor King (meer dan vierhonderd miljoen verkochte boeken), dan is het ook goed genoeg voor ons, gewone stervelingen. Probeer het eens. Plak een foto van je ideale lezer op het prikbord boven je computer en schrijf voor hem. Niet voor jezelf.