Skip to main content

Auteur: Geerhard Bolte

Wat is een goed boek? 

Er zijn drie regels waar je je aan kunt houden. Maar of dat gegarandeerd een goed boek oplevert? 

Ik sprak een auteur die bezig is met het schrijven van een boek. Ik had veel kritiek op de eerste teksten die hij had geschreven, maar gelukkig stelde hij mijn reactie op prijs en hadden we een enerverend gesprek. Plotseling vroeg hij mij: ‘Wat is eigenlijk een goed boek?’ Ik ben al heel lang uitgever van boeken, maar ik kan me niet herinneren dat iemand mij deze vraag zo direct stelde.

Elke boekverkoper kan je vertellen dat drie verschillende mensen drie verschillende soorten boeken zoeken. Eerst loopt er een dame binnen die voor haar vakantie op zoek is naar ‘een romantisch boek dat zich afspeelt op een tropisch eiland’. Een volgende klant zoekt een ‘spannend boek waarin aliens voorkomen’. En de derde bezoeker zoekt een ‘literair boek over autisme’. Op basis hiervan zou je zomaar kunnen denken dat er dus niets universeels te zeggen is over de kwaliteit van boeken, maar de verschillende smaak van lezers zegt alleen iets over hun belangstelling voor een genre. Iedere lezer wil volgens mij een goed boek, of het nou een kinderboek, een kookboek, een thriller of een literaire roman is. En wie wil er nou een slecht boek, dat is net zoiets als een voorkeur hebben voor een gammele auto zonder remmen, lichten of vering. 

Drie kenmerken

Ik was verrast door de vraag van de auteur, maar ik kon hem wel direct een antwoord geven. Ik denk dat een goed boek namelijk aan elk van de volgende drie kenmerken moet voldoen. Met de nadruk op ‘elk’: een vis is ook pas een vis als hij onder water leeft, ademt met kieuwen en koudbloedig is. 

Een goed boek schrijven begint volgens mij met het bedenken van een originele en scherpe invalshoek. Focus geeft je als auteur richting bij het schrijven, en focus geeft de lezer houvast bij het lezen.

Het tweede kenmerk is structuur. Zonder een logische structuur is een boek slechts een samenraapsel van letters, even aantrekkelijk als een vuilnisbelt. 

Het derde kenmerk van een goed boek is een aantrekkelijke schrijfstijl. Je formuleringen moeten je gedachten direct en ondubbelzinnig overbrengen. De inhoud mag best tegendraads of moeilijk zijn, maar niet verpakt in slordige, vage of omslachtige zinnen. Tegelijk heeft de vorm van je boek ook een eigen waarde. Heeft jouw boek een eigen geluid, zoals ook de muziek van uiteenlopende muzikanten als Bob Dylan, Billie Eilish, Sting of Lana Del Rey dat heeft?

Zen en de kunst van boeken schrijven

Dat is alles, drie simpele leefregels om je aan te houden als auteur? Nou nee, natuurlijk niet. Kwaliteit laat zich niet zomaar omschrijven met een handvol trucs. 

Ik moest denken aan het onvolprezen boek Zen and the art of motorcycle maintenance van Robert Pirsig uit 1974. In zijn boek beschrijft Pirsig een motorreis met zijn zoon en intussen probeert hij al sleutelend aan zijn motor een antwoord te krijgen op de filosofische vraag: wat is kwaliteit? Ooit probeerde hij die vraag academisch en exact te beantwoorden, maar liep daarmee vast. 

Pirsig ontdekt tijdens de reis dat kwaliteit zich niet netjes laat vangen in objectieve lijstjes, maar ook niet in puur subjectieve smaak: ‘Ik vind het mooi, dus is het goed.’ Hij concludeert dat kwaliteit hier eigenlijk los van staat. Hij gebruikt motoronderhoud als metafoor. Twee mensen kunnen dezelfde motor repareren: de één werkt gehaast en volgens het boekje, de ander met aandacht, begrip en betrokkenheid. Technisch kan het resultaat hetzelfde zijn, maar de ervaring van kwaliteit is anders. Niet omdat er een truc is toegepast, maar omdat er zorg, helderheid en vakmanschap in het proces zitten.

Pirsigs inzicht is daarmee ongemakkelijk maar verhelderend: kwaliteit is geen formule die je toepast, maar een norm die je tijdens het maken voortdurend moet herkennen en toepassen. Niet achteraf, maar op het moment zelf — in elke alinea, elke overgang en elke keuze. En precies daarom is de vraag ‘Wat is een goed boek?’ geen theoretische puzzel, maar een praktische discipline waarvoor geen simpele checklist ooit voldoende zal zijn.

Dat maakt ook de vraag naar een goed boek lastiger dan zij lijkt. Invalshoek, structuur en stijl zijn geen kenmerken die je simpelweg kunt afvinken. Ze leveren alleen een goed boek op als ze gedragen worden door iets fundamentelers: precisie in denken, aandacht in formuleren en consequentie in opbouw. Je kunt de regels volgen en toch een dood boek schrijven, net zoals je de regels op onderdelen kunt overtreden en toch een overtuigend geheel kunt creëren.

‘Wie een tweede Covey wil worden, bedenkt zijn eigen metaforen’

Van alle stijlfiguren die je als schrijver van een non-fictieboek kunt gebruiken, is de metafoor veruit de interessantste. Als auteur beschrijf je de werkelijkheid, en die is soms best ingewikkeld. Door iets ingewikkelds te vergelijken met iets makkelijks doe je de lezer een groot plezier. 

Wil je je lezer uitleggen wat het verschil is tussen Volt, Watt en Ampère? Gebruik dan de analogie met water. Volt is dan de waterdruk, Ampère is de hoeveelheid water die stroomt en Watt is de gezamenlijke kracht: een harde straal en veel water leveren veel kracht op voor een elektrisch apparaat. Natuurkundigen kunnen je uitleggen dat de vergelijking eigenlijk niet klopt, maar voor de dagelijkse gebruiker van waterkokers en elektrische fietsen volstaat de uitleg.

Wil je de lezer uitleggen wat borderline inhoudt? Leg dan uit dat mensen met deze persoonlijkheidsstoornis heel gevoelig zijn voor de wereld om hen heen. De camera’s waarmee ze kijken en de microfoons waarmee ze luisteren, pikken licht en geluid razendsnel op: helaas doen ze dat soms vervormd en soms te hard, waardoor ze anders reageren op hun omgeving dan mensen zonder deze stoornis. En ja, de term borderline is op zich al een metafoor, maar wel een achterhaalde: psychologen gaven die naam aan mensen die op de grens tussen psychotisch en neurotisch balanceerden. Inmiddels is erkend dat het een op zichzelf staande kwetsbaarheid is.

Klopt het?

Het vinden van de juiste metafoor is soms moeilijk. De eerste reden is dat hij moet kloppen. Voor de uitleg van borderline dacht ik eerst aan een vergelijking met een mengpaneel. Ik wilde uitleggen dat hun mengpaneel heel gevoelig stond afgesteld. Vervolgens bedacht ik dat wij mensen helaas weinig invloed hebben op de manier waarop we de wereld ervaren. Mensen met borderline zouden de analogie terecht als beledigend kunnen ervaren: alsof het hun eigen schuld is dat ze zichzelf niet goed hebben afgesteld. Omdat deze vergelijking voor mijn gevoel niet klopte, koos ik ervoor om een vergelijking te maken met heel gevoelige (of kapotte) camera’s en microfoons. 

Is het aantrekkelijk?

De tweede reden dat het vinden van een metafoor zo moeilijk is, is dat hij niet alleen begrijpelijk, maar ook aantrekkelijk moet zijn. Zou het lukken om een metafoor te bedenken voor borderline die aantrekkelijker is dan die van camera’s en microfoons? Je zou iemand met borderline ook kunnen vergelijken met een hert. Een hert heeft extreem scherpe zintuigen. Het ruikt gevaar van ver en reageert onmiddellijk. Die gevoeligheid is geen zwakte maar een overlevingsmechanisme. In een rustig bos is het hert alert en elegant. In een druk park vol onverwachte prikkels raakt het snel overbelast: elke beweging en elk geluid voelt bedreigend; vluchten of bevriezen is dan logisch. De vergelijking met het hert vind ik bij nader inzien aantrekkelijker. De metafoor combineert kwetsbaarheid, schoonheid en logica.

Hoeveel ballen in de soep?

Hoeveel metaforen heb je nodig in een boek? Deze vraag lijkt op het eerste gezicht moeilijk te beantwoorden – hoeveel ballen horen er in een bord soep? Maar als je erover nadenkt, ligt het antwoord eigenlijk voor de hand: niet meer dan nodig. Als je niets ingewikkelds hoeft uit te leggen, heb je voor de begrijpelijkheid van de tekst geen metafoor nodig. In zo’n geval gebruik je hooguit enkele metaforen als smaakmakers. Maar pas op: ook als je metaforen dringend nodig hebt, zit er een grens aan de hoeveelheid die je kunt gebruiken. De carnivoren onder ons houden misschien van ballen in hun soep, maar het kunnen er ook te veel zijn. Tien ballen in je bord soep (bij voorkeur een paar meer dan je tafelgenoten) zijn aantrekkelijk, maar veertig is te veel. Doseren is een kunst als het om metaforen gaat. 

De meeste auteurs zijn helaas nogal krenterig met metaforen. En als ze al metaforen gebruiken, zijn het niet zelden metaforen van anderen, verpakt in een citaat. Een van de populairste auteurs wiens metaforen aan de lopende band worden gekopieerd, is Stephen Covey: ‘Vertrouwen werkt als een bankrekening,’ ‘Je moet de ladder tegen de juiste muur zetten,’ ‘Je moet de zaag scherp houden.’ Covey gebruikt mooie metaforen, maar als je een tweede Covey wilt worden, moet je je eigen metaforen bedenken. 

Goede schrijvers winnen de AI-race

ChatGPT haalt zijn neus op voor een brallerige tekst boordevol hitsige SEO-woorden. Goed nieuws, als auteur ben je in het voordeel: met inhoudelijk en stilistisch goede teksten maak je meer kans om genoemd te worden. 

Afbeelding: Shutterstock | Artie Medvedev

Als je jezelf de afgelopen jaren als expert wilde profileren, volstond het om je teksten vol te proppen met de juiste trefwoorden. Als je bijvoorbeeld wilde dat lezers jouw website over personal training konden vinden, dan verstopte je online in al je teksten termen als trainingsschema, dumbbell, dieettip en springtouw. Zoekmachines waren gek op dit soort paaseieren: hoe meer je er gebruikte en hoe mooier je ze schilderde, des te hoger je scoorde in de zoekresultaten. Het inzetten van deze trefwoorden werd het populaire SEO: search engine optimization. Traditionele zoekmachines gebruiken nog steeds trefwoorden maar steeds meer mensen keren deze zoekmachines de rug toe. Ze kiezen liever voor AI. Dat levert een groot probleem op voor schrijvers van non-fictieboeken maar ook een groot voordeel. 

Kant-en-klaar

Het probleem voor schrijvers is dat veel AI-gebruikers helemaal niet meer op zoek zijn naar informatie waaruit ze een antwoord kunnen destilleren. De hardloper wil gewoon een kant-en-klaar trainingsschema en geen boek waarin hij kan leren hoe je een trainingsschema opstelt. Het voordeel is echter dat schrijvers van non-fictieboeken bij uitstek geëquipeerd zijn om geciteerd te worden door AI-platforms. Veel meer dan traditionele zoekmachines hechten AI-systemen waarde aan de inhoudelijke kwaliteit van een tekst: is een tekst goed gestructureerd? Toegankelijk en met kennis van zaken geschreven? 

Jij bestaat niet

ChatGPT haalt zijn neus op voor een brallerige tekst boordevol hitsige SEO-woorden. Als auteur moet de kwaliteit van je teksten zo goed zijn dat een AI-systeem jou naar voren schuift als een van de belangrijkste experts op jouw gebied. Sterker nog: AI hoest hooguit vier of vijf namen op, dus als je niet in de lijst staat, besta je niet eens in de ogen van de gebruiker. 

Probeer het maar: vraag om de namen van enkele experts die jou kunnen helpen met het opstellen van een trainingsschema. Of vraag om de titels van enkele boeken over het opstellen van een trainingsschema. De antwoorden zijn beknopt. Platforms als ChatGPT presenteren geen honderden of duizenden zoekresultaten, maar niet meer dan een handvol antwoorden. Het is balen als je naam dan niet wordt genoemd. Hoe krijg je dat toch voor elkaar? 

Goed nieuws 

Als je in de toekomst bovenaan de zoekresultaten wilt eindigen, moet het systeem jou zien als een van de belangrijkste experts op jouw vakgebied. De kunst om jezelf op de kaart te zetten als de ideale bron wordt GEO genoemd: generative engine optimization. Dat klinkt als een nieuwe truc, maar dat is het niet. Integendeel. Om jezelf op de kaart te zetten moet je gewoon heel goede teksten schrijven: teksten met een origineel en goed gestructureerd betoog, waardevolle informatie en een heldere stijl. Goede teksten van actieve schrijvers, die gewaardeerd worden door lezers. GEO is daarmee een uitdaging voor mensen die gewend waren om in vijf minuten een gammele tekst met wat trefwoorden in elkaar te flansen. GEO is echter goed nieuws voor actieve en zichtbare auteurs die gewend zijn om goede en aantrekkelijke teksten te schrijven.

Jij en ik houden ervan om te sleutelen aan een tekst, of het nou een blog, een webpagina of een paragraaf in een boek is. We schrijven en we schrappen net zo lang tot we voldoende mooie woorden en beeldspraken hebben verzameld om de lezer een plezier te doen. Wij auteurs zijn nu eenmaal pleasers. We zijn schrijvers geworden, maar we hadden ook barista, zanger of acteur kunnen worden. 

Dus ja, AI is onze vijand. Hij jat onze kennis en presenteert deze schaamteloos als de zijne. Maar AI is ook onze grootste vriend omdat hij onze inzet voor de lezer erg kan waarderen. Daarom: vergeet SEO en kies voor GEO. Klim in de pen en geef niet op tot AI jou presenteert als de ultieme expert.

Reken af met de plofburger

We zijn plofburgers geworden, lui en vetgemest door het gemak van onze democratie. We hebben gisteren onze verantwoordelijkheid gedelegeerd, maar eigenlijk kunnen we natuurlijk elke dag stemmen met onze portemonnee, onze gesprekken en ons gedrag. 

Eind jaren negentig startte een SIRE-campagne met de pay-off: ‘De maatschappij, dat ben jij’. Een advertentie toonde een zwart-wit-foto van een eenzame man in een rolstoel met de tekst: ‘Uw hond komt vaker buiten’. Een indrukwekkende campagne, die volgens mij dringend herhaald moet worden. Het besef dat wij burgers ook verantwoordelijkheid dragen voor onze samenleving lijkt de afgelopen jaren verder uit beeld geraakt. We mopperen massaal over wat er mis is met ons land, wijzen naar onze volksvertegenwoordigers en leunen dan achterover. We zijn plofburgers geworden, lui en vetgemest door het gemak van onze democratie. 

Niet mijn probleem

De meeste mensen denken dat we onze democratie een-op-een hebben gekopieerd van de oude Grieken. Dat is een misverstand. 

Wij Nederlanders hebben een representatieve democratie. Gisteren hebben we vertegenwoordigers gekozen waarvan we hopen dat ze gaan doen wat wij willen. Een voordeel van deze vorm van democratie is dat we er onze problemen mee kunnen delegeren, en daarna kunnen overgaan tot de orde van de dag. Woningbouw, migratie, klimaatverandering? Niet mijn probleem. 

De Grieken in Athene hadden echter een directe democratie. Volksvertegenwoordigers en bestuurders waren gewone burgers, die uitgeloot werden om een taak uit te voeren. Ze moesten bijvoorbeeld stemmen over oorlogen, belastingen en verdragen. Ze moesten in dienst, oordelen over rechtszaken of de lokale groentemarkt beheren. Als je niet bereid was om mee te betalen aan een nieuw oorlogsschip of een lokale toneelvoorstelling werd je met de nek aangekeken. 

De Griekse democratie was bepaald niet perfect. Hij was direct, maar bijvoorbeeld ook exclusief – vrouwen, slaven en vreemdelingen deden niet mee. Hij had echter één groot voordeel: hij legde de verantwoordelijkheid voor een geoliede samenleving bij alle burgers. Wij hebben onze democratie anders georganiseerd, maar dat wil niet zeggen dat wij niet de vrijheid hebben om als individu invloed uit te oefenen. Integendeel: wat wij doen heeft wel degelijk invloed. 

Bont en de plofkip

Er zijn genoeg voorbeelden van ontwikkelingen die niet zijn begonnen door Den Haag, maar bij gewone burgers zoals jij en ik. De afkeer van bont en de plofkip, het afscheid van Zwarte Piet, de populariteit van tweedehands kleding, de doorbraak van deelinitiatieven, de groei van biologische voeding, de acceptatie van homoseksualiteit, de normalisering van het belang van mentale gezondheid, de schaamte over ons koloniale verleden en de steun voor Oekraïne en het verzet tegen de genocide in Israël. 

Ook wat ik doe heeft invloed. Ik ben nu eenmaal een schrijver en uitgever van boeken, en daarom schreef ik dit voorjaar samen met een groep andere enthousiaste auteurs het boek Stemmen met je portemonnee, waarin we beschreven wat je als individu allemaal kunt doen voor een betere wereld. 

Elke verjaardag is een verkiezingsbijeenkomst

We kunnen stemmen op de Partij voor de Dieren om dieren te beschermen, maar we kunnen ook besluiten om geen vlees te eten. We kunnen stemmen op D66 om de bouw van tien nieuwe steden te bevorderen, maar we kunnen ook een kamer verhuren aan een student. We kunnen stemmen op PvdA-GroenLinks om klimaatverandering tegen te gaan, maar we kunnen ook de fiets pakken als we boodschappen gaan doen. Als burgers kunnen we geen wetsvoorstel indienen, maar we hebben wel degelijk invloed. Elke dag, want eigenlijk is elke zakenlunch, elke verjaardag en elk buurtfeest een verkiezingsbijeenkomst. 

Waarom ik deze vijf boeken niet heb uitgegeven

Wat vinden uitgevers aantrekkelijk aan een manuscript? Om deze vraag eerlijk te beantwoorden, beschrijf ik hier waarom ik vijf non-fictieboeken niet heb uitgegeven.

Vorige week legde ik over vijf manuscripten uit waarom ik ze had uitgegeven. Hier beschrijf ik vijf manuscripten die ik bewust níet heb uitgegeven. Pasten ze niet in ons fonds, schoot de kwaliteit tekort? 

Uit respect voor de auteurs en om ze niet voor de voeten te lopen bij het vinden van een uitgeverij heb ik de vijf voorbeelden geanonimiseerd, bijvoorbeeld door het onderwerp te veranderen. 

Bezorgd over de zorg

Iedereen moppert dat het anders moet in de zorg, maar hoe dan? De auteur schreef een dik boek over de zorg in binnen- en buitenland. Je leest wat er mis is en hoe het beter kan. Het manuscript bevat veel waardevolle inzichten over een belangrijk onderwerp, maar per saldo gaat het boek nergens heen. Er ontbreekt een originele invalshoek, bijvoorbeeld in de vorm van een pittige stelling die door de auteur wordt uitgewerkt. De tweede rode vlag was het feit dat de auteur het boek liet schrijven door AI. In een epiloog benadrukt hij dat hij veel invloed uitoefende op de teksten, onder andere door uitgebreide prompts te schrijven en de teksten intensief te redigeren. Maar met hoeveel goede wil ik ook naar de teksten keek; ik kon niet anders dan constateren dat het gebruik van AI de verklaring was voor de beperkte diepgang van de teksten, de vlakke stijl en de weinig originele informatie. Misschien was het beter geweest als de auteur – die geen ervaring heeft in de zorg – was gaan praten met patiënten, verzorgenden en bestuurders in de zorg, in plaats van met Claude, Grok en Chat.

De geschiedenis van de toekomst

Wat kun je afleiden uit alle toekomstvoorspellingen die ooit zijn gedaan, van Nostradamus tot hedendaagse futurologen? Een historicus analyseerde alle voorspellingen. Hij constateert dat ze meer zeggen over het verleden dan over de toekomst: voorspellingen (hoopvol of pessimistisch) zeggen vooral veel over de voorspeller en de tijdgeest waarin deze zijn voorspellingen doet. Een interessant manuscript, dat helaas totaal niet past in ons fonds. Wij geven geen wetenschappelijke of populair-wetenschappelijke boeken uit. De auteur kan beter bij een andere uitgeverij aankloppen. Een gespecialiseerde redacteur kan hem beter begeleiden, en een gespecialiseerde uitgeverij kan zijn doelgroep beter bereiken.

Directeur Dirk redt de tent

Hoe word je een goede directeur? De auteurs – die zelf ook leidinggeven – schreven een roman over een directeur die een zieltogend bedrijf red van de ondergang. Hoewel de directeur niet zonder zonde is, slaagt hij erin om alle kwade krachten in zijn omgeving langzaam maar zeker te neutraliseren. Het is een realistisch verhaal, best goed geschreven. Maar in een tijd waarin bijna elke dag een briljante serie op Netflix verschijnt, is een ‘best goede’ roman over een directeur niet goed genoeg. Er zijn al ontelbare managementboeken over management en leiderschap, en managementboeken in de vorm van romans zijn zelden succesvol. 

Innovatief doen begint met innovatief denken

De meeste mensen houden alles graag bij het oude. Er is niets mis met zo’n houding, maar wel als je een bedrijf runt, vindt de auteur. Daarom zette hij op een rij hoe je anders kunt leren denken, om anders te kunnen doen. De auteur presenteert hiervoor een twintigtal theorieën, begrippen en denkoefeningen. Het is een dun en luchtig manuscript: je leest het binnen een uur, waarna je het onderwerp innovatie inderdaad van allerlei kanten hebt bekeken. Maar als lezer ben ik niet overtuigd. Als je een beetje hebt opgelet op school, de krant leest en zo nu en dan naar BNR luistert, dan bevat het boek niets nieuws. En dat is toch het minste wat je mag verwachten van een boek over innovatie.

Luisteren naar je lijf

Het menselijk lichaam geeft altijd een waarschuwing als er iets mis is. Maar niet iedereen luistert als er een alarm afgaat. De auteur zette op een rij waar je op moet letten als gebruiker van een lichaam en legt uit wat je moet doen als er een bel rinkelt. Best een origineel idee, maar het manuscript is een zompig moeras waar je niet doorheen komt als lezer. Het is niet alleen onaantrekkelijk geschreven, maar het barst ook van de taal- en typefouten. Zelfs de begeleidende mail bevat geen enkele foutloze zin. Dat is dus ook een alarmsignaal. 

Er kunnen veel redenen zijn waarom een uitgever een boek niet wil uitgeven. In de vijf beschreven manuscripten kwamen enkele veel voorkomende ‘rode vlaggen’ voor: geen originele invalshoek, niet zelf geschreven, slecht geschreven en een verkeerd genre. Het slechte nieuws is dat uitgevers daar altijd over zullen struikelen. Het goede nieuws is dat je daar als auteur rekening mee kunt houden door minder haast te maken. Een goed boek kost je misschien twee keer zo veel tijd, maar het levert je honderd keer zo veel op. 

Waarom ik deze vijf boeken heb uitgegeven

Wat vinden uitgevers aantrekkelijk aan een manuscript? Om deze vraag eerlijk te beantwoorden, beschrijf ik hier waarom ik vijf non-fictieboeken heb uitgegeven.

Ik beschrijf in mijn blogs regelmatig wat ik als uitgever van non-fictieboeken aantrekkelijk vind aan manuscripten. Maar dat is theorie. Wat doe ik in de praktijk? Om een indruk te geven van de keuzes die ik elke dag maak, beschrijf ik hier vijf actuele boeken en de redenen waarom ik ze dit jaar heb uitgegeven. Volgende week beschrijf ik vijf manuscripten die ik níet heb uitgegeven…

Ga toch gamen (Nils Vermeire)

Waar gaat dit boek over? Veel ouders denken dat gamen vooral verslavend, gewelddadig of nutteloos is. Tijd voor een reality check, stelt de auteur. Gaming helpt kids om strategisch en logisch na te denken, beter samen te werken, emoties te reguleren en hun doorzettingsvermogen op de proef te stellen. Voer daarom geen strijd over schermtijd, is zijn advies aan ouders, maar wees nieuwsgierig en ga samen met je kind gamen. Verschenen in juli 2025.

Waarom heb ik het uitgegeven? Gamen is een populair onderwerp, en de invalshoek van de auteur is even origineel als eigenwijs: gamen is helemaal niet ongezond. De auteur had bovendien al een goede titel bedacht, wat onmisbaar is als je wilt dat een boek kans maakt op succes. Het manuscript was uitstekend geschreven, mede dankzij de samenwerking tussen Nils en redacteur Ellen den Hollander. Tenslotte was en is de auteur ontzettend actief met podcasts en sociale media als LinkedIn. Wat wil je nog meer. 

Prikkeldingen (Willem Beekhuizen)

Waar gaat dit boek over? Je leest hoe je prikkelende voorwerpen kunt bedenken en inzetten in je dagelijks werk als bijvoorbeeld coach, leidinggevende of docent. Mensen zullen je boodschap beter begrijpen – en nooit meer vergeten. Is je patiënt humeurig? Geef haar een potje Doeniezozuur-pillen. Verschenen in april 2025.

Waarom heb ik het uitgegeven? In de categorie originele invalshoeken scoort dit boek heel hoog. Er zijn duizend-en-een boeken geschreven over communicatie, maar vrijwel geen enkel boek over prikkelende voorwerpen. Gelukkig is de schrijfstijl even leuk als het onderwerp, wat de boodschap versterkt. Het boek bevat veel concrete voorbeelden waardoor je als lezer goed begrijpt hoe je zelf ‘prikkeldingen’ kunt bedenken en inzetten. Willem was online altijd al actief, maar na de publicatie ging hij in een hogere versnelling: hij schrijft aan de lopende band berichten die steeds even prikkelend zijn als zijn boek. 

Privéstress op de werkvloer (Annemie Webers)

Waar gaat dit boek over? Niet werkdruk, maar privéproblemen zijn de belangrijkste oorzaak van stress en burn-out. In haar boek legt de auteur uit wat je als werkgever en manager kunt doen om medewerkers te helpen als ze kampen met geldproblemen, relatieproblemen, mantelzorg of andere problemen die hun weerslag hebben tussen negen en vijf. Verschenen in mei 2025.

Waarom heb ik het uitgegeven? Er zijn talloze boeken geschreven over stress en burn-out, maar de belangrijkste oorzaak wordt structureel onderbelicht. Annemie weet waar ze het over heeft, dankzij jarenlang praktijkervaring als consultant en keiharde cijfers die haar stelling onderbouwen. Bovendien heeft ze een fijn pennetje, waardoor haar verhaal extra overtuigend is. 

Opgelicht (Peter Van Welden)

Waar gaat dit boek over? Dit is het rauwe, waargebeurde verhaal van de auteur die in drie maanden 300.000 euro, zijn partner en zijn zelfvertrouwen verliest na online oplichting. De auteur beschrijft de berichten die hij uitwisselt en zijn overwegingen om in te gaan op de uitdaging om te investeren in bitcoin. De gevolgen zijn desastreus. Het boek verschijnt in oktober 2025.

Waarom heb ik het uitgegeven? Er worden online aan de lopende band mensen opgelicht. De meeste mensen schamen zich ervoor en praten er niet over. De auteur schaamde zich ook, maar vond het belangrijker om te voorkomen dat het anderen ook zou overkomen. Zijn boek is aantrekkelijk geschreven, hoe pijnlijk zijn verhaal ook is. Peter heeft vanaf de eerste dag ontzettend zijn best gedaan om het boek onder de aandacht te brengen bij lotgenoten, de media en het brede publiek. 

Volgende week ben ik er weer (Amber Hackmann)

Waar gaat dit boek over? In dit boek vind je alles wat je wilt weten over ziek zijn en werk in de eerste twee jaar van je arbeidsongeschiktheid. Met veel praktische tips en persoonlijke ervaringen van mensen die dit ook hebben meegemaakt: wat vonden zij moeilijk? Wat hielp hen in deze periode? Verschijnt in november 2025.

Waarom heb ik het uitgegeven? Soms ben ik zelf verbaasd dat over een onderwerp nog geen boek is geschreven. Amber bleek de eerste te zijn die bedacht dat het handig zou zijn als arbeidsongeschikte werknemers in een handboek alles zouden kunnen lezen wat ze moeten weten. Er valt niets te lachen in dit boek, maar veel praktischer wordt het niet en het is bovendien toegankelijk beschreven. Hoe actief de auteur na de publicatie gaat worden, moet nog blijken, maar gezien haar actieve aanwezigheid op LinkedIn en de positieve reacties op haar berichten denk ik dat ik me geen zorgen hoef te maken. 

Kortom

Als ik mijn eigen overwegingen bij de publicatie van deze vijf titels op een rij zet, zijn de overeenkomsten simpel. Blijkbaar zoek ik relevante onderwerpen waarbij de auteur een originele invalshoek belicht. De boeken moeten goed geschreven zijn. En de auteur moet actief bijdragen aan de promotie. 

Afbeelding bij blog Maak je boek even spannend als een serie

Maak je boek even spannend als een serie

Zet je non-fictieboek even geraffineerd in elkaar als een Netflixserie. Hoe doe je dat, je lezer op het puntje van zijn stoel houden?

Het is nog maar kort geleden dat series als oubollig werden gezien. Niemand nam een serie als Goede tijden, slechte tijden serieus. Series hadden tot ver in de jaren negentig een stoffig imago: ze waren goedkoop gemaakt, voorspelbaar en vooral bedoeld als licht televisie-amusement. De lancering van The Sopranos betekende een doorbraak. Plotseling besefte iedereen van Hollywood tot Hilversum dat ’televisieseries’ even diepgaand en complex konden zijn als films. Toen streamingdiensten als Netflix series actief gingen promoten, en zelfs produceren, gingen we massaal bingewatchen. 

Aan moderne series werkt tegenwoordig een heel leger professionals: schrijvers, regisseurs, editors, decorbouwers, geluidstechnici. Een aflevering van een gemiddelde serie kan zomaar tien miljoen euro kosten. Afleveringen van de serie The Lord of The Rings zouden zelfs 58 miljoen dollar hebben gekost. Ter vergelijking: een aflevering van Goede tijden, slechte tijden kost volgens een recente schatting van oud-zenderbaas Tina Nijkamp van SBS 6 slechts 65 duizend euro. 

En daar zit jij dan op je zolderkamer, eenzaam te sleutelen aan je boek. Je hebt geen creative writing gestudeerd, je hebt geen collega’s die je helpen en je hebt geen budget. Je hebt alleen een goed idee en een laptop. Maar omdat je ongetwijfeld al veel series hebt gezien, kun je allerlei trucs toepassen die in boeken net zo goed werken als in series. Niet in de laatste plaats omdat je net als in een serie de tijd hebt om je lezer in te pakken. Het lezen van een boek kost nu eenmaal evenveel tijd als het kijken van een serie. Dit zijn de twee belangrijkste trucs die je kunt toepassen. 

Spanning

De cliffhanger is ongetwijfeld het opvallendste kenmerk van series. De cliffhanger ontstond in de Verenigde Staten door alle reclameonderbrekingen. Schrijvers moesten kijkers vasthouden tijdens de commercials, zodat ze niet weg zouden zappen. Dat deden ze door vlak voor de pauze de spanning op te voeren met de aankondiging van een onthulling of een pistoolschot. Later eindigde elke aflevering met een cliffhanger, niet om reclame te overleven, maar om kijkers te stimuleren om de volgende aflevering te bekijken. 

Het is niet zo moeilijk om spanningsbogen te verwerken in je non-fictieboek. Bedenk bij het structureren van een hoofdstuk of een paragraaf hoe je de spanning kunt opbouwen, en ontladen. Geef in een paragraaf bijvoorbeeld drie goede redenen waarom iets niet kan werken, en geef aan het einde van de paragraaf ‘plotseling’ een overtuigend argument waarom het wél kan werken. Toegegeven, daar zal geen lezer opgewonden van raken, maar je houdt hem wel bij de les. En een even simpele als effectieve truc: stel aan het einde van elk hoofdstuk een vraag, die je vervolgens in het volgende hoofdstuk beantwoordt. 

Herkenbaarheid

Series danken hun succes niet alleen aan spanning, maar ook aan herkenbaarheid. Neem de serie Suits. Elk van de 134 afleveringen speelt zich grotendeels af binnen een kleine, afgebakende wereld: een advocatenkantoor met enkele vaste ruimtes, zoals de vergaderkamer, Harvey’s kantoor en de gang met glaswanden. Elke aflevering schept een gevoel van thuiskomen. Ook de vaste personages versterken dat effect. Harvey, de charmante winnaar; Mike, het briljante geweten zonder papieren; Louis, de neurotische buitenstaander; Donna de intuïtieve spil en Jessica de strategische machtsfactor die alles bij elkaar houdt. Hun karakters zijn even voorspelbaar als hun gedrag. De spanning zit niet in wie ze zijn, maar in hoe ze met elkaar botsen.

Ook jij kunt zorgen voor herkenbaarheid in je non-fictieboek. Begin elk hoofdstuk bijvoorbeeld met een historisch voorbeeld. Voeg kaders toe waarin (steeds dezelfde) ervaringsdeskundigen vertellen wat hen is overkomen. Of verwerk in elk hoofdstuk jouw persoonlijke ervaringen. 

De Amerikaanse film- en televisiemaker Jason Blum vatte de formule van succesvolle series bondig samen, vrij vertaald: ‘Beschrijf herkenbare situaties en laat de boel dan ontsporen.’

En ja, ik zou mijn blog nu natuurlijk moeten afsluiten met een cliffhanger, maar ik heb eerlijk gezegd nog geen idee waar ik volgende week over ga schrijven. 

Een slimme schrijver is niet bang om te bluffen

Als auteur van een non-fictieboek doe je je lezer een groot plezier door veel te BLUF-fen. Begin altijd met je belangrijkste boodschap: Bottom Line Up Front. Een klassieke militaire doctrine die ook in vredestijd van pas komt. 

Als Tom Cruise zegt dat iedereen moet bukken omdat er een bom aankomt, dan sta ik zorgeloos op om nog wat popcorn te pakken. Maar als een soldaat te horen krijgt dat hij moet bukken omdat er een bom aankomt, dan bukt hij zonder vragen te stellen. Voor militairen, of ze nou als soldaat in de loopgraven staan of als generaal op het hoofdkwartier zitten, is informatie nu eenmaal van levensbelang. Dat feit heeft in de loop van de eeuwen waardevolle militaire denkwijzen opgeleverd. Eén ervan is BLUF, een acroniem van Bottom Line Up Front. Vrij vertaald: begin je communicatie met je belangrijkste boodschap. 

‘Ga de Pruisen tot 18:00 uur dwarsliggen’

Er zijn genoeg historische voorbeelden waarin gebrekkige communicatie veel mensenlevens kostte. Een schoolvoorbeeld is de slag bij Waterloo. Napoleon rekende op de inzet van de troepen van zijn maarschalk Grouchy, die echter niet goed wist wat hij zijn mannen moest laten doen. Terwijl Napoleon dacht dat Grouchy met zijn manschappen de Pruisen zou ophouden om hem daarna te komen helpen, marcheerden de Pruisen ongehinderd richting Waterloo. 

Vage communicatie tussen Napoleon en Grouchy was volgens veel historici een doorslaggevende oorzaak van de nederlaag. Wat Napoleon had moeten zeggen was: ‘Ga de Pruisen tot 18:00 uur dwarsliggen en kom mij dan helpen.’ Napoleon had nog nooit van BLUF gehoord.

‘Action this day’

BLUF is een Amerikaanse militaire communicatiestandaard, onderdeel van een dik rapport met de titel ‘Army Regulation 25-50: Information Management: Records Management: Preparing and Managing Correspondence’. Op pagina zes staat: ‘Army writing will be concise, organized, and to the point.’ Gezien de uitlatingen van de huidige bevelhebber van de Amerikaanse strijdkrachten lijkt dit principe weer losgelaten te worden, maar dat doet niets af aan de waarde van het advies. Een advies dat natuurlijk niet nieuw is. Sun Tzu schreef 2.500 jaar geleden al: ‘Als bevelen niet duidelijk zijn, dan is dat de schuld van de generaal; als ze duidelijk zijn maar niet worden uitgevoerd, dan is het de schuld van de soldaten.’ En Churchill had de gewoonte om memo’s die urgent waren te voorzien van een rode sticker met de tekst ‘Action this day’. Zo kon er geen twijfel zijn over zijn bedoeling. 

Vertel wat je gaat vertellen

Als auteur van een boek doe je je lezers een groot plezier door ook te bluffen. Dat doe je eigenlijk al door het gebruik van een titel en een ondertitel, die in een of enkele woorden beschrijven waar je boek over gaat. De flaptekst van je boek is een synopsis van wat de lezer te wachten staat. Maar daarna gaat het vaak mis. 

De neiging van de meeste mensen is om een betoog langzaam op te bouwen. Ik denk dat het komt doordat wij mensen van nature denken van klein naar groot. Een kind groeit van klein naar groot. Voor een huis begin je met een fundament voordat je aan het dak begint. Dingen zijn pas als af als ze zijn volgroeid. Maar een boodschap hoeft helemaal niet te ‘groeien’, je kunt gewoon met de deur in huis vallen en beginnen met je belangrijkste boodschap. 

Ik ben een groot fan van het adagium ‘Vertel wat je gaat vertellen, vertel het en vertel daarna wat je hebt verteld.’ Als je dit principe elk hoofdstuk en elke paragraaf toepast en je lezer zo bluffend door het boek leidt, zal je lezer niets missen.