Overslaan en naar de inhoud gaan

Tag: auteurschap

Urinoir 'Fountain' R. Mutt 1917’ Marcel Duchamp

Ben jij een auteur of een oplichter?

Als je je boek laat schrijven door ChatGPT of Claude, ben je dan een auteur of een oplichter? Een dilemma en een oplossing. 

Ik ontvang inmiddels met grote regelmaat boekvoorstellen en manuscripten die voor het grootste deel blijken te zijn geproduceerd door AI. Geen woord hierover in de tekst of in de begeleidende mail. Begrijp me niet verkeerd: ik heb geen principiële bezwaren tegen het gebruik van AI, ik gebruik het zelf ook, maar zonder toelichting heb ik toch het gevoel dat ik in gesprek ben met een heler die me met een grijns op zijn gezicht een gestolen manuscript probeert aan te smeren. 

Is het acceptabel om AI te gebruiken voor het schrijven van boeken? Ik vind van wel, maar we hebben volgens mij wel een paar nieuwe spelregels nodig. Gelukkig zijn die al meer dan honderd jaar geleden bedacht in de kunstwereld. 

Een urinoir als kunstwerk

Op 10 april 1917 ontving de organisatie van een kunsttentoonstelling in New York een porseleinen urinoir als inzending. Het kunstwerk met de titel ‘Fountain’ was gesigneerd: ‘R. Mutt 1917’, een onbekende kunstenaar. Een krappe meerderheid van de commissieleden van de vereniging die de tentoonstelling organiseerde, vond het werk ongepast en weigerde het tentoon te stellen. Tot woede van kunstenaar Marcel Duchamp, die opstapte als commissielid. De bekende fotograaf en kunstliefhebber Alfred Stieglitz maakte op verzoek van Duchamp nog een foto van het urinoir, die Duchamp publiceerde in zijn tijdschrift The Blind Man. De foto was voorzien van een felle verdediging van de inzending: ‘Whether Mr Mutt with his own hands made the fountain or not has no importance. He CHOSE it.’ De inzending van het urinoir werd jarenlang toegeschreven aan Duchamp zelf, inmiddels wordt vermoed dat het is ingezonden door iemand anders. 

Klinkt dit bekend? Ergernis over een fabrieksmatig object dat geen kunst zou kunnen zijn? Precies, het is dezelfde discussie die op dit moment wordt gevoerd over de morele legitimiteit van AI-teksten. Waar ligt de grens? Mag je een tekst laten schrijven door ChatGPT of Claude? Kan zo’n tekst aantrekkelijk zijn? En wat is dan jouw rol als leverancier van die tekst: ben je een auteur of een IT’er die content heeft geleverd? Of, zoals het in de publieke opinie wordt gezien: een auteur of een oplichter? 

In de kunstwereld is sinds de inzending van het urinoir langzaam maar zeker een oplossing voor dit dilemma gevonden door afscheid te nemen van het idee dat alleen telt wat je ziet of leest. Dadaïsten als Duchamp ontkoppelden het ambacht van het idee. Ook het concept, de keuze, de context en de rol van de kunstenaar en het publiek kunnen deel uitmaken van het werk. Deze visie is later tot in het extreme doorgevoerd in de conceptuele kunst. Kunstenaars gingen zich zelfs beperken tot het bedenken van het concept en lieten de uitvoering over aan medewerkers, musea of zelfs hun publiek. Daarmee is een interessant onderscheid ontstaan tussen bedenken en maken, idee en uitvoering, maker en uitvoerder. Hoe helpt dit ons, bezorgde boekenliefhebbers?

Door de plee spoelen

In het geval van boeken kun je sinds de opkomst van AI ook een onderscheid maken tussen de auteur als schepper van de boodschap, en de schrijver als producent van de woorden. Anders gezegd: misschien moeten we een tekst niet uitsluitend beoordelen op de woorden die er staan maar bijvoorbeeld ook op de reden waarom iemand ze heeft geschreven (lees: laten schrijven)? 

Ik denk dat het antwoord op deze vraag ja is, en de oplossing vormt van ons dilemma. Een tekst hoeft zijn betekenis niet uitsluitend te ontlenen aan de woorden die de schrijver zelf heeft geproduceerd, hij kan ook voortkomen uit de bedoeling van de auteur, de keuzes die hij tijdens het proces maakt en de context waarin hij het resultaat plaatst. 

Een urinoir zonder betekenis, context of publiek is alleen geschikt als toilet. Op een tentoonstelling krijgt datzelfde toilet echter een andere betekenis als het bijvoorbeeld wordt gepresenteerd als verzet tegen traditionele kunstopvattingen. Hetzelfde geldt voor AI-teksten. Een gedachteloos gegenereerde tekst is niet meer dan een verzameling woorden. Maar een AI-tekst die bewust is geconstrueerd om een idee van een auteur uit te drukken, is meer dan een verzameling woorden, het is de schepping van een auteur. En daarmee dus ook geschikt als boek. 

De vraag zou volgens mij niet alleen moeten zijn: kan AI even goede teksten schrijven als mensen. De vraag zou ook moeten zijn: is de kwaliteit van een tekst uitsluitend een eigenschap van die tekst? Het antwoord op deze vraag is volgens mij nee. Beeldend kunstenaars hebben duidelijk gemaakt dat herkomst, intentie en context mede kunnen bepalen welke betekenis en waarde we aan een kunstwerk moeten toekennen. 

Robots maken geen Rembrandt

Een robot kan misschien ooit schilderen met de technische virtuositeit van Rembrandt. Daarmee heeft hij nog geen Rembrandt gemaakt. En AI kan vroeg of laat misschien een kinderboek produceren dat stilistisch niet onderdoet voor Annie M.G. Schmidt. Daarmee hebben we nog geen nieuwe Annie M.G. Schmidt. Technische kwaliteit en auteurschap zijn twee verschillende dingen. Je kunt thuis wel een banaan met ducttape aan de muur plakken, maar daarmee heb je nog geen Cattelan in huis. Het materiaal en de uitvoering kunnen identiek zijn; het auteurschap is dat niet.

Een boek krijgt betekenis, als de auteur betekenis heeft gegeven aan zijn schepping. Een auteur hoeft niet alle woorden zelf te hebben geschreven. Maar hij moet wel duidelijk kunnen maken waar zijn auteurschap dan wél uit bestaat. Een schrijver wordt bijvoorbeeld meer auteur als hij de gedachte van het boek heeft bepaald, als hij kritische vragen heeft gesteld waar hij een antwoord op zoekt, als hij eigen materiaal heeft aangedragen, als hij een selectie heeft gemaakt uit aangeboden teksten, als hij het resultaat heeft geredigeerd en bovenal: als hij publiekelijk openbaart en toelicht: dit is wat ik heb gedaan en dit is wat ik wil zeggen. 

Kunstenaars, musea en kunstverkopers geven tegenwoordig standaard informatie over de kunstenaar, het jaartal, het materiaal, de ontstaanscontext en vaak een toelichting op het werk. Als uitgever (en lezer) wil ik dat soort informatie ook. Ik wil niet alleen de zinnen kunnen beoordelen, maar ook het auteurschap van de persoon die het manuscript heeft gestuurd. Wat heeft deze auteur bedacht? Wat heeft hij onderzocht? Welke keuzes heeft hij gemaakt? Wat heeft AI toegevoegd? Wat heeft hij geselecteerd en geredigeerd? Waarvoor draagt hij intellectuele verantwoordelijkheid? 

Twee spelregels

In het begin van mijn blog schreef ik dat er nieuwe spelregels nodig zijn. Volgens mij hebben we de volgende twee dringend nodig: 

Spelregel 1: Wie zich de auteur van een tekst noemt, moet zelf een wezenlijke scheppende bijdrage hebben geleverd.

Spelregel 2. Een auteur moet transparant zijn over de herkomst, intentie en context, zodat uitgever en lezer zijn auteurschap kunnen beoordelen.

Als je je houdt aan deze twee spelregels ben je een auteur. Anders ben je een oplichter. 

PS           Ben ik zelf een auteur of een oplichter? Oordeel zelf. Ik heb dit artikel zelf geschreven. Wel heb ik AI gebruikt om na te lezen hoe het ook al weer zat met het urinoir en Duchamp. Ook heb ik AI gebruikt als klankbord om de structuur en de argumenten in het betoog te ordenen. 

Boekpromotie

Zo verkoop je de eerste duizend exemplaren van je boek

Het verkopen van de eerste duizend exemplaren van je boek lijkt een onmogelijke opgave. Tot je gaat rekenen.

Ik wil je niet teleurstellen, maar er is een theoretische kans dat jouw boek niet vanzelf een bestseller wordt. Misschien krijg je geen uitnodigingen voor talkshows, geen paginagrote interviews in de krant en staan er geen rijen lezers voor de boekhandel. In dat geval heb je een plan B nodig om ervoor te zorgen dat je boek toch wordt gelezen en verkocht. Gelukkig heb ik zo’n plan B voor je.

Een waarschuwing vooraf: het is geen succesformule waarmee je slapend rijk wordt. Mijn aanpak kost belachelijk veel tijd, energie en doorzettingsvermogen. Maar anders dan de meeste succesformules heeft het één groot voordeel: het werkt.

Mijn plan werkt omdat het is gebaseerd op de kracht van persoonlijke relaties. De meeste auteurs denken bij de verkoop van hun boek aan onbekende lezers, maar ze vergeten de honderden mensen die ze al kennen. Je netwerk is veel groter dan je denkt. Volgens de Britse antropoloog Robin Dunbar onderhouden veel mensen al vlug 150 stabiele sociale relaties, maar daaromheen bevinden zich nog veel grotere kringen: oud-collega’s, studiegenoten, klanten, opdrachtgevers, buren, leveranciers en kennissen. 

De eerste duizend lezers van je boek hoef je dus niet ergens in de verte te zoeken. De kans is groot dat het grootste deel ervan zich al ergens in jouw directe omgeving bevindt. Thuis, op het werk en online. Je moet ze wel aanspreken en vragen of ze een boek van je willen kopen. En ja: letterlijk:

‘Ik heb een boek geschreven over de honderd gezondste gerechten ter wereld. Ik probeer uit alle macht de eerste duizend exemplaren te verkopen. Help je mij?!’

Familie: 25 exemplaren

Je eerste lezers hoef je waarschijnlijk niet ver te zoeken. Ouders, broers, zussen, kinderen, neven of nichten: een aantal familieleden zal je boek alleen al kopen omdat ze trots zijn dat jij het hebt geschreven. Dat zijn misschien niet altijd de meest kritische lezers, maar wel de makkelijkste.

Vrienden: 25 exemplaren

Goede vrienden weten hoeveel tijd en energie je in je boek hebt gestoken. Ze hebben de verhalen gehoord, de twijfels meegemaakt en misschien zelfs meegelezen. Natuurlijk kopen ze je boek niet allemaal, maar je hebt vast een aantal vrienden dat je wil steunen met het kopen van een of meerdere exemplaren.

Kennissen, buren en verenigingen: 50 exemplaren

De buren, mensen van de sportclub, de wandelgroep, de zeilvereniging of de ouders die je kent via je kinderen: je sociale kring is veel groter dan je denkt. Ze kennen je persoonlijk en gunnen je vast een succesvolle start van je boek. 

Collega’s en management: 50 exemplaren

Als je een non-fictieboek schrijft als werknemer, is de kans groot dat je onderwerp raakt aan je werk. Je huidige collega’s en je managers weten waar je deskundigheid ligt en begrijpen waarom je dit boek hebt geschreven. Vraag aan je collega’s of ze een exemplaar willen kopen, en aan het management of het een hele stapel wil kopen, en beloof ze desnoods dat je nu bij ze in het krijt staat. Alles voor het goede doel. 

Oud-collega’s: 25 exemplaren

Onderschat deze groep niet. Na tien, twintig of dertig jaar werken heb je vaak bij meerdere organisaties gewerkt en met honderden mensen contact gehad. Je boek is een mooie reden om opnieuw contact te leggen.

Klanten en opdrachtgevers: 100 exemplaren

Voor veel non-fictieauteurs is dit de belangrijkste groep. Als mensen eerder bereid waren om voor jouw kennis, advies of ervaring te betalen, is de stap naar je boek klein. Als je inzet ook maar een greintje goodwill heeft opgeleverd, zijn ze vast bereid om de portemonnee te trekken. Benadruk dat ze die boeken ook kunnen gebruiken als relatiegeschenk of incentive. 

Leveranciers en zakelijke contacten: 50 exemplaren

Je accountant, vormgever, samenwerkingspartners of mensen met wie je jarenlang projecten hebt gedaan: ook zij horen bij je netwerk. Veel auteurs vergeten hoeveel professionele relaties ze hebben opgebouwd; relaties waarbij jij jarenlang hebt gezorgd voor brood op de plank, dus vragen of ze een boek willen kopen is niet opdringerig. 

Socialemediacontacten: 50 exemplaren

Veel mensen die je volgen op LinkedIn, Instagram of Facebook kennen jou misschien niet persoonlijk, maar ze hebben wel een band met jou, waarschijnlijk een band die een directe relatie heeft met het onderwerp van je boek. Maak geen platte reclame voor je boek, maar deel actief ideeën, voorbeelden en verhalen uit je boek en vraag of ze je boek willen kopen. 

Oud-studiegenoten en docenten: 25 exemplaren

Je oude universiteit, hogeschool of opleiding vergeet je makkelijk, maar daar heb je docenten en studenten leren kennen met dezelfde achtergrond en interesses.

Nieuwsbrief, website of blog: 50 exemplaren

Heb je door de jaren heen een eigen publiek opgebouwd met een nieuwsbrief, een website of een blog, dan heb je een groot voordeel. Deze mensen kennen je ideeën al. Een boek is dan geen koude verkoop, maar een logische volgende stap in de relatie.

Lezingen en workshops: 200 exemplaren

Hier zit de kracht van veel non-fictieboeken. Tien lezingen waarbij twintig mensen een boek kopen, en je hebt al tweehonderd lezers bereikt. Bovendien zijn dit vaak de lezers die je boek daarna aanbevelen aan anderen. En nee, niemand organiseert die lezing voor je. Kom in actie, regel een zaaltje en stuur uitnodigingen. 

Podcasts, interviews en vakmedia: 50 exemplaren

Denk voor de promotie van je boek niet meteen aan nationale televisie. Een vakblad, branchepodcast of -nieuwsbrief kan veel effectiever zijn, omdat je precies de mensen bereikt voor wie je het boek hebt geschreven.

Opleidingen en trainingen: 50 exemplaren

Zoek één docent, trainer of opleider die jouw boek wil gebruiken, en je hebt zomaar vijftig lezers te pakken. Zeker praktische non-fictie heeft hier veel kansen.

Boekhandels: 250 exemplaren

Deze exemplaren krijg je van mij cadeau. Ook als je boek geen hit wordt, verkoop je vast 250 exemplaren via de boekhandel als je boek beschikbaar is via alle reguliere kanalen. Daar heeft je uitgever vast voor gezorgd. 

Let op: je hoeft deze duizend lezers natuurlijk niet allemaal één voor één op te sporen en met een boek onder je arm langs de deuren te gaan. Het geheim is juist dat je mensen combineert. Nodig familie, vrienden, collega’s, klanten en zakelijke relaties uit voor dezelfde boekpresentatie. Geef een lezing voor een branchevereniging waar vijftig potentiële lezers tegelijk in de zaal zitten. Zoek één organisatie die twintig boeken koopt in plaats van twintig mensen die één boek kopen.

Aanpakken is de kracht van deze aanpak. Twintig keer vijftig boeken verkopen? Dat klinkt als werk. En als je een boek hebt geschreven, dan ben je niet vies van werk. Kom in actie en regel die eerste duizend exemplaren. Grote kans dat er vervolgens een herdruk nodig is.