Wat maakt dit boek geweldig? #2 – Het monsterschip

Er zijn non-fictieboeken die je nooit vergeet. Wat hebben de auteurs gedaan waardoor je blijft lezen, alles begrijpt en niets vergeet? En wat kunnen wij gewone stervelingen daarvan leren? In aflevering 2: Het monsterschip van historicus Luc Panhuysen.
Als je geen boek schrijft over drugs, seks of rock ’n roll, dan heb je een probleem als auteur. Je wilt een serieus onderwerp serieus beschrijven, maar je wilt ook dat de lezer wakker blijft; hoe pak je dat aan? Wie geen saai boek wil schrijven, kan te rade gaan bij historicus Luc van Panhuysen, bijvoorbeeld in zijn boek Het monsterschip. Van Panhuysen maakt met dit boek (opnieuw) korte metten met het vooroordeel dat geschiedenis saai zou moeten zijn. Dat doet hij niet door het verhaal op te leuken met romantische verwikkelingen of het opblazen van persoonlijke conflicten. Nee, hij doet het subtiel, zo subtiel dat je amper doorhebt dat hij je aan het vermaken is.
Het boek gaat over admiraal Maarten Tromp en de aanloop naar de Slag bij Duins in 1639. Met een kleine en zwakke vloot slaagde Tromp erin een grote Spaanse armada te verslaan. Dat deed hij door van de afzonderlijke schepen en de eigenzinnige kapiteins één sterke gevechtseenheid te maken, een ‘monsterschip’
Het verhaal heeft natuurlijk al veel aantrekkelijke elementen. Zo is er de hoofdpersoon Tromp. Een ambitieuze kapitein die hoge eisen stelde aan zijn ondergeschikten, maar ook een geliefde man omdat hij bescheiden en toegankelijk was. En dan is er strijd, en niet alleen tussen de Nederlanders en de Spanjaarden, er is ook strijd tussen Tromp en de machthebbers aan de wal. Ten slotte zijn er anekdotes en smeuiige details over het zware en ruige zeeleven. Met andere woorden: de auteur moest een geschiedenisverhaal vertellen, maar hij begon niet met lege handen.
De Hollywoodtruc
Een ander zou er moeiteloos in slagen om er toch een saai lesboek van te maken, maar Van Panhuysen schrijft een boek dat je niet kunt wegleggen. Hij gebruikt daarvoor allerlei schrijftechnieken, maar de techniek waarmee hij het meeste effect sorteert, is wat ik de Hollywoodtruc noem. Neem een willekeurig detail uit het boek, waarin Tromp de politieke hoofdstad van de Republiek bezoekt om verslag te doen van zijn vorderingen aan stadhouder Frederik Hendrik. Iemand met minder talent zou schrijven: ‘Op 25 maart bezocht Tromp Den Haag om verslag te doen van zijn vorderingen. Tromp vertelde daar dat hij ontevreden was omdat…’ Van Panhuysen zwaait met zijn magische pen en brengt de gebeurtenis tot leven door er een filmische scene van te maken: ‘Het was 25 maart, Tromp zat weer in de Hofstad. De zon stond al laag boven de daken van het Binnenhof toen hij zijn hoed afnam voor een begroeting van Frederik Hendrik en Zijne Hoogheid een overzicht gaf van de vorderingen…’ Uit deze scene kun je drie geniale elementen destilleren.
De eerste truc is het toevoegen van actie. Van Panhuysen laat Tromp naar de ‘Hofstad’ reizen om de stadhouder te ontmoeten: je ziet hem plaatsnemen en praten. De tweede truc is het zichtbaar maken van de scene door het toevoegen van details, zoals het beschrijven van de hoed die Tromp afnam en dat het gesprek aan het einde van de dag plaatsvond. Zoals architect Ludwig Mies van der Rohe graag zei: ‘God is in the detail’. De derde truc is het toevoegen van emotie, in dit geval met het woord ‘weer’. Hiermee geeft Van Panhuysen subtiel weer dat Tromp helemaal geen zin had in het bezoek.
Wat hierbij zo knap is, en wat Van Panhuysen consequent doet in zijn boek, is dat hij de Hollywoodtruc toepast zonder fictie toe te voegen. Voor zover ik heb kunnen beoordelen, staat er niets in het boek dat de auteur uit zijn duim heeft gezogen. Hij kan alles onderbouwen, en dat doet hij ook in de tekst door regelmatig naar bronnen te verwijzen. Gebeurtenissen en details komen bijvoorbeeld uit logboeken of verslagen van aanwezigen. Slechts een enkele keer gunt Van Panhuysen zichzelf een creatief uitstapje, bijvoorbeeld als hij schrijft over het moment dat de Spaanse armada er ongezien in is geslaagd om Duinkerken te bereiken: ‘Tromp moet inwendig hebben gevloekt.’ Dat is ongeveer zo bont als de historicus het durft te maken.
Kampvuur
Van Panhuysen is een kundig schrijver, wat ook geen wonder is als je weet dat hij zijn carrière begon als journalist bij het Parool en de Groene Amsterdammer. Zelfs als je geen talent zou hebben, leer je in de journalistiek goed schrijven: je moet alles onderzoeken en je leest dus aan de lopende band werk van andere schrijvers; je krijgt veel schrijfervaring omdat je continu artikelen moet publiceren en zowel lezers als collega’s kijken op je vingers, waardoor je al vlug geneigd bent om je stinkende best te doen – ik spreek hier uit ervaring. De ervaring van Van Panhuysen lees je in zijn boeken terug in het gemak waarmee hij het verhaal vertelt. Ik heb dat laatste werkwoord bewust gekozen, want Van Panhuysen doceert niet, hij vertelt.
Het enthousiasme waarmee Van Panhuysen zijn verhaal vertelt, komt uit zijn tenen, want de maritieme wereld boeit hem al van kindsafaan. In een interview met zijn uitgeverij Atlas Contact vertelde hij hoe hij al sinds zijn elfde gefascineerd was door Tromp. Toen hij zich jaren later in de zeeheld ging verdiepen voor het schrijven van zijn boek besloot hij zelfs om een paar weken te gaan zeilen met de klipper Stad Amsterdam, een 76 meter lange stalen driemaster. Een zeeslag maakt hij in die weken niet mee, maar in de inleiding van het boek beschrijft hij nederig zijn ervaringen als bemanningslid, waaronder een ijzingwekkende klimpartij naar het kraaiennest. ‘Beter dan ooit begrijp ik waarop Maarten Tromp doelde toen hij zei dat de Nederlanders meer ‘zeemanschap’ hadden dan de Spanjaarden en de Engelsen.’ Van Panhuysen leefde zich letterlijk in in de wereld van Tromp en zijn bemanningsleden, en dat ervaar je als je Het monsterschip leest. Je ziet hem zo op de voorplecht zitten, waar hij een ademloos publiek vertelt hoe de schepen van Tromp de armada naderen en de kogels hen om de oren vliegen.
Bloedserieus
Van Panhuysen bewijst met Het monsterschip dat je een goed verhaal niet hoeft op te leuken om er een aantrekkelijk boek van te maken. Hij doet eigenlijk het tegenovergestelde. Hij neemt de historische werkelijkheid bloedserieus, zoekt tot in detail uit hoe het eraan toeging en gebruikt vervolgens alle gereedschap van een goede verteller om die werkelijkheid tot leven te brengen.

Geerhard Bolte is uitgever van Uitgeverij Haystack en auteur van Waarom schrijf je geen boek?
Ben je bezig met het schrijven van een non-fictieboek en wil je weten wat er allemaal komt kijken bij het publiceren van je eigen boek? Meld je dan aan voor de masterclass Het geheim van een succesvol non-fictieboek.
Heb je een voorstel voor een boek? Stuur hem een mail of maak contact via LinkedIn. Wil je zijn blog elke week automatisch ontvangen in je mailbox? Schrijf je hier in.





