‘Wie een tweede Covey wil worden, bedenkt zijn eigen metaforen’
Van alle stijlfiguren die je als schrijver van een non-fictieboek kunt gebruiken, is de metafoor veruit de interessantste. Als auteur beschrijf je de werkelijkheid, en die is soms best ingewikkeld. Door iets ingewikkelds te vergelijken met iets makkelijks doe je de lezer een groot plezier.
Wil je je lezer uitleggen wat het verschil is tussen Volt, Watt en Ampère? Gebruik dan de analogie met water. Volt is dan de waterdruk, Ampère is de hoeveelheid water die stroomt en Watt is de gezamenlijke kracht: een harde straal en veel water leveren veel kracht op voor een elektrisch apparaat. Natuurkundigen kunnen je uitleggen dat de vergelijking eigenlijk niet klopt, maar voor de dagelijkse gebruiker van waterkokers en elektrische fietsen volstaat de uitleg.
Wil je de lezer uitleggen wat borderline inhoudt? Leg dan uit dat mensen met deze persoonlijkheidsstoornis heel gevoelig zijn voor de wereld om hen heen. De camera’s waarmee ze kijken en de microfoons waarmee ze luisteren, pikken licht en geluid razendsnel op: helaas doen ze dat soms vervormd en soms te hard, waardoor ze anders reageren op hun omgeving dan mensen zonder deze stoornis. En ja, de term borderline is op zich al een metafoor, maar wel een achterhaalde: psychologen gaven die naam aan mensen die op de grens tussen psychotisch en neurotisch balanceerden. Inmiddels is erkend dat het een op zichzelf staande kwetsbaarheid is.
Klopt het?
Het vinden van de juiste metafoor is soms moeilijk. De eerste reden is dat hij moet kloppen. Voor de uitleg van borderline dacht ik eerst aan een vergelijking met een mengpaneel. Ik wilde uitleggen dat hun mengpaneel heel gevoelig stond afgesteld. Vervolgens bedacht ik dat wij mensen helaas weinig invloed hebben op de manier waarop we de wereld ervaren. Mensen met borderline zouden de analogie terecht als beledigend kunnen ervaren: alsof het hun eigen schuld is dat ze zichzelf niet goed hebben afgesteld. Omdat deze vergelijking voor mijn gevoel niet klopte, koos ik ervoor om een vergelijking te maken met heel gevoelige (of kapotte) camera’s en microfoons.
Is het aantrekkelijk?
De tweede reden dat het vinden van een metafoor zo moeilijk is, is dat hij niet alleen begrijpelijk, maar ook aantrekkelijk moet zijn. Zou het lukken om een metafoor te bedenken voor borderline die aantrekkelijker is dan die van camera’s en microfoons? Je zou iemand met borderline ook kunnen vergelijken met een hert. Een hert heeft extreem scherpe zintuigen. Het ruikt gevaar van ver en reageert onmiddellijk. Die gevoeligheid is geen zwakte maar een overlevingsmechanisme. In een rustig bos is het hert alert en elegant. In een druk park vol onverwachte prikkels raakt het snel overbelast: elke beweging en elk geluid voelt bedreigend; vluchten of bevriezen is dan logisch. De vergelijking met het hert vind ik bij nader inzien aantrekkelijker. De metafoor combineert kwetsbaarheid, schoonheid en logica.
Hoeveel ballen in de soep?
Hoeveel metaforen heb je nodig in een boek? Deze vraag lijkt op het eerste gezicht moeilijk te beantwoorden – hoeveel ballen horen er in een bord soep? Maar als je erover nadenkt, ligt het antwoord eigenlijk voor de hand: niet meer dan nodig. Als je niets ingewikkelds hoeft uit te leggen, heb je voor de begrijpelijkheid van de tekst geen metafoor nodig. In zo’n geval gebruik je hooguit enkele metaforen als smaakmakers. Maar pas op: ook als je metaforen dringend nodig hebt, zit er een grens aan de hoeveelheid die je kunt gebruiken. De carnivoren onder ons houden misschien van ballen in hun soep, maar het kunnen er ook te veel zijn. Tien ballen in je bord soep (bij voorkeur een paar meer dan je tafelgenoten) zijn aantrekkelijk, maar veertig is te veel. Doseren is een kunst als het om metaforen gaat.
De meeste auteurs zijn helaas nogal krenterig met metaforen. En als ze al metaforen gebruiken, zijn het niet zelden metaforen van anderen, verpakt in een citaat. Een van de populairste auteurs wiens metaforen aan de lopende band worden gekopieerd, is Stephen Covey: ‘Vertrouwen werkt als een bankrekening,’ ‘Je moet de ladder tegen de juiste muur zetten,’ ‘Je moet de zaag scherp houden.’ Covey gebruikt mooie metaforen, maar als je een tweede Covey wilt worden, moet je je eigen metaforen bedenken.
Geerhard Bolte is uitgever van Uitgeverij Haystack en auteur van Waarom schrijf je geen boek?
Ben je bezig met het schrijven van een non-fictieboek en wil je weten wat er allemaal komt kijken bij het publiceren van je eigen boek? Meld je dan aan voor de masterclass Het geheim van een succesvol non-fictieboek.
Heb je een voorstel voor een boek? Stuur hem een mail of maak contact via LinkedIn. Wil je zijn blog elke week automatisch ontvangen in je mailbox? Schrijf je hier in.