Overslaan en naar de inhoud gaan

Tag: Bloggen

Blog Wat voor feestje is jouw boek?

Wat voor feestje is jouw boek?

Lezers vinden het fijn als ze weten wat ze van je boek kunnen verwachten. De ene dag hebben ze zin in een grappig boek, de andere dag in een studieboek. Wat voor boek ben jij aan het schrijven?

Als je wordt uitgenodigd voor een feest en er staat op de uitnodiging ‘black tie’, dan heb je direct een indruk van het feest en van de kleding die je geacht wordt te dragen. Het is waarschijnlijk een wat formeel feest in een stijlvolle omgeving. De heren worden geacht een smoking te dragen, bijvoorbeeld met een zwarte vlinderdas (de ‘black tie’), een wit overhemd en zwarte schoenen. Gepoetst. De dames worden geacht een lange avondjurk of een cocktailjurk te dragen, en de juwelen niet te vergeten. Het voordeel van een uitnodiging met zo’n dresscode is dat je weet wat je kunt verwachten. Je kunt nu bijvoorbeeld beter beoordelen of je er zin in hebt, of niet. 

Als lezer weet je vaak niet wat je kunt verwachten als je de omslag van een boek leest. 

Spy thriller of legal thriller?

Schrijvers en uitgevers van romans doen meestal hun best om hun lezers duidelijk te maken wat ze kunnen verwachten: is de roman een romantisch boek of een spannend boek? En als het een spannend boek is, is het dan een spy thriller of een legal thriller? Ze beseffen dat verschillende lezers op verschillende momenten zin hebben in verschillende genres, en spelen daar slim op in. Bij veel non-fictieboeken is het voor de lezer vaak afwachten. Vaak kun je aan de cover, de titel, de flaptekst of zelfs de inleiding niet aflezen wat er gaat komen. 

Het is slim om met de presentatie van je boek actief aan verwachtingsmanagement te doen. Beloof de lezer wat hij kan verwachten, en geef het hem dan. Heb je een saai maar diepgravend studieboek geschreven? Schaam je daar dan niet voor en benadruk de waardevolle kennis in het boek. Heb je een grappig boek geschreven? Benadruk dan dat je boek leuk is om te lezen en pretendeer niet meer dan je waarmaakt. 

Kenmerken

Met alle uiterlijke kenmerken van je boek kun je inspelen op de verwachtingen van de lezer. Wie alleen de omslag van je boek heeft bekeken en gelezen, zou op z’n minst een indruk moeten hebben van de volgende kenmerken:

Onderwerp: wat is het thema van je boek? Gaat het over beleggen, geschiedenis, biologie? 

Invalshoek: wat is de focus binnen het onderwerp? Gaat het boek over het leven van Christiaan Huygens, de ontdekkingen van Christiaan Huygens of het liefdesleven van Christiaan Huygens?

Genre: is het bijvoorbeeld een studieboek, een naslagwerk of een zelfhulpboek? 

Perspectief: vanuit welk perspectief wordt het onderwerp benaderd? Kritisch, objectief, ervaringsgericht, oplossingsgericht, opiniërend?

Doelgroep: voor wie is het boek bedoeld? Is het een boek voor professionals, studenten, hobbyisten of het algemeen publiek? 

Structuur: is het boek lineair of thematisch gestructureerd; bestaat het uit losse essays of interviews?

Schrijfstijl: is het toegankelijk, academisch, humoristisch, persoonlijk of formeel geschreven?

Doelstelling: wat wil je met het boek bereiken? Wil je informeren, overtuigen, inspireren, instrueren of activeren? 

Leesbaarheid: is het boek makkelijk te lezen, of vereist het voorkennis en aandacht?

Toepasbaarheid: is het boek vooral theoretisch, of bevat het praktische tips en stappenplannen?

Gebruik van bronnen: is het gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, persoonlijke ervaringen, anekdotes of een combinatie?

Eerlijk zijn over de eigenschappen van je boek zorgt er niet alleen voor dat je twijfelaars ertoe aanzet om hun portemonnee te trekken, maar het voorkomt ook dat mensen teleurgesteld zijn nadat ze je boek hebben gekocht.

Welke experts heb je nodig om je boek zelf uit te geven?

Welke experts heb je nodig om je boek zelf uit te geven?

Je wilt je boek zelf uitgeven, maar je kunt wel wat hulp gebruiken. Welke experts heb je dan nodig? 

Als uitgever kan ik niet elk manuscript uitgeven dat ik ontvang. Auteurs die ik afwijs, vragen soms hoe ze hun boek zelf kunnen uitgeven. Ik raad ze dan aan om experts in de arm te nemen en zich te laten helpen. Het kost misschien moeite om goede professionals aan te trekken en een dikke portemonnee, maar als je het goed doet, ligt er straks een boek waarvan je zeker weet dat je eruit hebt gehaald wat erin zit. Wie heb je nodig?

Redacteur

Begin met een redacteur die kritiek kan geven op je tekst. In het geval van een roman: heeft je boek een logische en boeiende verhaalstructuur? Zijn de personages goed uitgewerkt? Zijn de dialogen natuurlijk en geloofwaardig? In het geval van een non-fictieboek: is het logisch opgebouwd, of spring je van de hak op de tak? Onderbouw je je stellingen met goede argumenten? Een redacteur kijkt kritisch naar de schrijfstijl: is de tekst helder, origineel en begrijpelijk? Is de toon consistent? Is de stijl boeiend en creatief, met originele beelden en herkenbare voorbeelden? Een goede redacteur let op de details, maar heeft ook het lef om je hele boek ter discussie te stellen: hoe origineel is het eigenlijk? Wie zit hierop te wachten? Kritische redacteuren zijn overigens schaars, want met hun kritiek lopen ze het risico weg te worden gestuurd. Wat kost een redacteur? Tel alle uren op die de redacteur nodig heeft om je manuscript te lezen (in elk stadium, dus misschien verschillende keren) en tel daarbij de uren op voor overleg en het schrijven van reacties. Vermenigvuldig die uren met het tarief van een goede automonteur, en je komt in de richting. 

Meelezer

De tweede deskundige die je nodig hebt, is de meelezer. Dit kan een professional zijn die je inhuurt, maar ook een collega of een neef. Als je een spionageroman hebt geschreven, kun je veel hebben aan een insider die weet hoe het eraan toegaat binnen de veiligheidsdiensten. Als je als bioloog een non-fictieboek over de salamander in Nederland hebt geschreven, kun je veel hebben aan een collega-bioloog die bereid is je boek ’tegen’ te lezen. Pas op voor ja-knikkers: kies liever voor je ex dan voor je partner. Wat kost het? De meeste meelezers zullen het lezen van je manuscript zien als een vriendendienst en hun inzet kost je misschien niet meer dan een fles wijn. Bedenk wel dat het ze veel tijd heeft gekost, dus wees niet krenterig. 

Corrector 

De derde expert die je nodig hebt, is de corrector. Hij gaat met een stofkam door je tekst en corrigeert alle taalfouten die hij tegenkomt, of het nou een misplaatste komma is of een dt-fout. Ga in geen geval in zee met de buurman die van zichzelf zegt dat hij zo goed is in taal. Wie dat zegt, is het meestal niet. Kies liever voor een professionele corrector met veel kennis en ervaring en laat hem een proeftekst corrigeren (die je kritisch laat nakijken door een andere taalnerd). Wat kost het? De ene corrector rekent een uurprijs, de andere een prijs per woord. Bedenk hoeveel tijd het iemand zou kosten om jouw manuscript rustig te lezen en vermenigvuldig de uren die dat kost opnieuw met het uurtarief van de automonteur. 

Grafisch vormgever

De vierde expert die je nodig hebt, is de grafisch vormgever. Je hebt hem nodig voor het ontwerpen van de cover en het opmaken van de tekst. Neem geen genoegen met een vormgever die in het dagelijks leven kleding ontwerpt maar met iemand die ervaring heeft in het boekenvak. De vormgeving van een boek heeft een eigen ’taal’ en je hebt niets aan iemand die die taal niet spreekt en de trends niet kent. Schakel eventueel ook een gespecialiseerde illustrator in als je cartoons, grafieken of infographics nodig hebt. Wat kost een grafisch vormgever? Je kunt een uurprijs afspreken, maar voor het ontwerpen van een cover wordt vaak een klusprijs gerekend, vanaf 500 euro. Reken voor het opmaken van het binnenwerk van een boek minimaal op een paar dagen werk. Houd ook rekening met de tijd die nodig is om correcties te verwerken. 

Drukker

De vijfde expert die je nodig hebt, is een drukker als je kiest voor drukwerk in plaats van printing on demand, waarbij je boek pas wordt gemaakt als het wordt besteld. Je kunt rechtstreeks zakendoen met een drukker, maar je kunt ook kiezen voor een drukwerkcoördinator, die weer zakendoet met (veelal) buitenlandse drukkerijen. Een boek lijkt een simpel product, maar er zijn waarschijnlijk meer mogelijkheden dan je denkt. Overleg met een drukker of drukwerkcoördinator om na te gaan wat past bij jouw boek. De kosten voor de inzet van een drukwerkcoördinator zitten verwerkt in de prijs die hij rekent voor het drukwerk. Vergelijk enkele offertes en kies indien mogelijk voor de professional die je het beste advies heeft gegeven. 

Verkoper

De zesde expert die je nodig hebt, is een verkoper (of distributiepartner) die ervoor zorgt dat jouw boek in de boekhandel terechtkomt. Dat is een probleem, want als jij of je verkoper geen contracten hebben met boekwinkels, laat staan met ketens, is het moeilijk tot onmogelijk om je boek er op de plank te krijgen. Je kunt er natuurlijk voor kiezen om je boek alleen online aan te bieden, bijvoorbeeld via Brave New Books, dan is je boek direct beschikbaar bij marktleider bol.com. De kosten voor een verkoper (of een distributiepartner) zijn moeilijk in te schatten, omdat ze heel afhankelijk zijn van wat hij precies voor je gaat doen. 

Marketing- en promotiedeskundige

De zevende expert die je nodig hebt, is een marketing- en promotiedeskundige; iemand die je boek via (sociale) media op de kaart gaat zetten. Veruit de meeste mensen die hun boek zelf uitgeven, zijn van plan om dit zelf te doen, maar het is mijn ervaring dat de meeste auteurs na de publicatie van hun boek weinig tijd of energie meer hebben om hun boek te promoten. Verdenk je jezelf ervan dat dit wel eens zou kunnen gebeuren? Schakel dan iemand in die het voor je doet. Waarschijnlijk heb je zelfs meerdere mensen nodig: iemand die ervaring heeft met de (traditionele) media en iemand die ervaring heeft met sociale media. Hoeveel ben je kwijt aan een ervaren promotiemedewerker? Maak afspraken over het aantal uren dat iemand gedurende enkele weken of maanden aan je boek mag werken, en houd rekening met de kosten voor bijvoorbeeld online adverteren.

Je voelt de bui al hangen: selfpublishing kost veel tijd en geld. Maar als je het professioneel aanpakt, dan heb je ook wat: een maximale kans op succes. 

Zo schrijf je een blog dat niemand leest

Zo schrijf je een blog dat niemand leest

Gaan jouw blogs elke keer viral en ben je te veel tijd kwijt met het reageren op comments? Profiteer dan van deze tips en schrijf een blog dat niemand leest. 

Lezers zijn opvallend unaniem in hun kritiek op blogs. Uit onderzoeken blijkt dat alle lezers allergisch zijn voor dezelfde vijf zaken. Als je gaat bloggen, is het dus een koud kunstje om daar rekening mee te houden. Doe precies wat lezers haten en iedereen laat je blogs links liggen. 

Tip 1. Maak zo veel mogelijk reclame

Bloggers die louter reclame maken op LinkedIn staan in elk onderzoek bovenaan de ergernis-top-tien. Lezers hebben gegarandeerd een hekel aan je teksten als je het medium alleen gebruikt om aandacht te vragen voor je producten of diensten. Ze vinden het namelijk vervelend als je alleen wat komt halen en niets brengen. Houd je ondanks je inspanningen toch lezers over, stuur ze dan reclame in persoonlijke berichten. Dat zal ze leren.

Tip 2. Kies voor lelijke vormgeving

Online lezers mijden teksten met een lelijke vormgeving. Het gaat dan niet zozeer om de stijl van een website, maar om de chaos rond je tekst. Plaats daarom knipperende banners, opvallende afbeeldingen en schreeuwerige video’s bij je teksten om de concentratie van lezers te verstoren. Het is vervelend, maar er zijn nog steeds mensen die geïnteresseerd zijn in wat jij te vertellen hebt. 

Tip 3. Schrijf onpersoonlijk

Veel lezers gruwen van bloggers die kille, onpersoonlijke teksten schrijven. Ze missen persoonlijke meningen en ervaringen. Lezers vinden dat een blog meer moet lijken op een dagboek van een levend mens dan op een jaarverslag van een verzekeringsmaatschappij. Wil je minder aandacht, schrijf dan structureel over onderwerpen zonder uit te leggen wat jij ervan vindt. Tip: laat je teksten schrijven door AI, die zijn van nature zo onpersoonlijk dat ze zelden emotie oproepen. 

Tip 4. Presenteer oninteressante inhoud

De belangrijkste reden dat mensen blogs lezen, is omdat ze wat nieuws te weten willen komen. Als er niets te halen valt, zijn ze zo vertrokken. Om precies te zijn: binnen enkele seconden. De gemiddelde internetgebruiker heeft nog maar een aandachtsboog van acht seconden. Op LinkedIn hebben lezers nog minder geduld: ze scrollen binnen twee tot drie seconden verder als er niets te halen is in jouw tekst. Denk dus niet na over de nieuwswaarde van je boodschap of de interesse van je doelgroep, en open elke bijdrage zo saai mogelijk. 

Tip 5. Schrijf zo slecht mogelijk

Lezers zijn zo weg als een tekst niet aantrekkelijk is geschreven. Wil je lezers wegpesten, schrijf dan langdradig, gebruik moeilijke woorden en verpak ze in rommelige zinnen. Presenteer alle informatie zo ongestructureerd mogelijk waardoor het moeilijk is voor de lezer om de boodschap te vinden. Gebruik bij voorkeur formele taal, waardoor je tekst afstandelijk overkomt. Succes gegarandeerd. 

Blog van Geerhard Bolte, uitgever van Uitgeverij Haystack. De uitgeverij voor originele en toegankelijke boeken over management, psychologie en maatschappij.

Zo schrijf je een boek voor lezers die geen boeken lezen 

Wil je meer mensen bereiken dan de lezers van de eerste druk van je boek? Deel alles wat je weet dan ook via andere media. 

De meeste auteurs die ik ken, zien hun boek als de heilige graal. Ze hebben zich opgeofferd om alles wat ze weten en alles wat ze hebben meegemaakt samen te ballen in een manuscript van vijftigduizend woorden. Als ze de laatste woorden hebben geschreven, kijken ze tevreden naar het beeldscherm en slaken ze een diepe zucht. Het is volbracht. Hun tevredenheid is terecht want het is geen geringe prestatie om een boek te schrijven. Maar die tevredenheid maakt na verloop van tijd plaats voor frustratie, als ze beseffen hoe weinig mensen ze eigenlijk bereiken met hun boek. De auteurs van de meeste non-fictieboeken mogen blij zijn als alle exemplaren van de eerste druk van duizend exemplaren worden verkocht. Dat zijn veel mensen, maar op een bevolking van 17,7 miljoen mensen is het natuurlijk een speldenprik. 

Je kunt het je als auteur bijna niet voorstellen (want als auteur lijd je waarschijnlijk aan het vals-consensuseffect: je overschat hoeveel mensen jouw fascinatie voor het boek delen) maar er zijn mensen die zelden een boek lezen. Jongeren haken massaal af en geven de voorkeur aan sociale media waar ze korte teksten kunnen lezen die weinig tijd en energie vergen. Volwassenen lezen nog boeken, maar ook bij nieuwe generaties volwassenen daalt de belangstelling. Het is bedroevend nieuws voor mensen als ik die verknocht zijn aan het boek en aan de auteur die mij met overtuigende feiten en sterke stijlmiddelen masseert tot ik moe maar voldaan ben. Maar het is ook vertekend nieuws, want in werkelijkheid zijn veruit de meeste mensen wel degelijk geïnteresseerd in wat jij te vertellen hebt. Dat zul je wel in een andere vorm moeten aanbieden.

Nu je jouw meesterwerk hebt afgerond, hoeft het niet zo veel moeite meer te kosten om de inhoud op een andere manier te verpakken. Waarom maak je geen workshop, online training, whitepaper, blog, vlog, podcast, seminar, infographic, tijdschriftartikel, studiehandleiding, tentoonstelling, documentaire, gratis downloads, quiz of webinar? En waarom zou je niet zelf actief worden op sociale media? Zo veel moeite kost het niet om op Instagram volgers te informeren. En nee, je hoeft niet per se te kunnen dansen om op TikTok aandacht te trekken. 

De kunst is om je boek niet te zien als een doel, maar als een middel. Je doel zou moeten zijn om zo veel mogelijk mensen te bereiken, al die mensen die snakken naar wat jij te vertellen hebt en nu dorstig op jou zitten te wachten. 

Blog van Geerhard Bolte, uitgever van Uitgeverij Haystack. De uitgeverij voor originele en toegankelijke boeken over management, psychologie en maatschappij.

Kom je met mijn nieuwe voetbal spelen?

Wil je beter worden als schrijver? Vraag dan aan je lezers wat ze van je nieuwe teksten vinden. Als je durft.

Kritiek geven is populairder dan ooit. De Nederlander staat erom bekend dat hij geen blad voor de mond neemt. Al in de achttiende eeuw toonde de Franse filosoof en schrijver Voltaire zich jaloers over de Nederlandse directheid: ‘Als ik een land mocht kiezen om in geboren te worden, dan zou ik Nederland kiezen. Hier mag men denken wat men wil en zeggen wat men denkt.’ De oerhollandse directheid raakte ruim twintig jaar geleden in een stroomversnelling door Pim Fortuyn die de uitspraak ‘Ik zeg wat ik denk’ opnieuw muntte. Daarna gingen alle remmen los, en inmiddels voelt iedereen zich vrij om in de stijl van Jacobse en Van Es publiekelijk zijn mening te geven over alles wat hem dwarszit. 

Kritiek ontvangen is vreemd genoeg minder populair dan ooit. Je zou verwachten dat onze hernieuwde loslippigheid gepaard gaat met frisse belangstelling voor andermans mening, maar niets is minder waar. De criticus koestert zijn mening zoals het kind dat een nieuwe voetbal voor zijn verjaardag heeft gekregen. Het is de mooiste bal van de wereld en hij wil niet dat zijn vriendjes eraan komen. Het probleem is dan wel dat hij alleen moet spelen, en dat is natuurlijk niet leuk als je wilt voetballen. 

Als je gaat bloggen of zelfs een boek gaat schrijven, dan heb je de vrijheid om je mening te geven. Je wordt gesteund door de grondwet: ‘Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren.’ Je kunt zorgeloos leeglopen en zolang iemand bereid is om de drukpers aan te zetten, kan iedereen lezen wat je te vertellen hebt – als je tenminste iets schrijft waar anderen in geïnteresseerd zijn. Dit leidt tot een vervelende paradox: als je je kritiek wilt delen met andersdenkenden, dan moet je hun kritiek accepteren om erachter te komen of jouw feiten, argumenten en schrijfstijl overtuigend zijn. Als je hun kritiek niet accepteert, dan zul je alleen mensen aanspreken die het al met je eens zijn. 

Er zijn weinig wetmatigheden in het boekenvak, maar één ervan is dat de meeste succesvolle auteurs niet alleen principieel zijn maar ook openstaan voor de mening van anderen. Ze laten hun artikelen, manuscripten, blogs en speeches lezen door anderen en zijn nieuwsgierig naar hun reactie. Ze weten dat je alleen samen kunt spelen als je bereid bent om je speelgoed te delen. 

Blog van Geerhard Bolte, uitgever van Uitgeverij Haystack. De uitgeverij voor originele en toegankelijke boeken over management, psychologie en maatschappij. Photo by Kaitlyn Baker on Unsplash

Blog je boek bij elkaar

Het is misschien wel de beste manier om een boek te schrijven, en in elk geval de leukste: schrijf je boek stap-voor-stap door de tekst van je non-fictieboek bij elkaar te bloggen.

Het valt veel auteurs zwaar om een boek te schrijven. De meeste mensen die aan een boek beginnen, maken het nooit af. Dat is ook begrijpelijk. Als je in het dagelijks leven gewend bent aan het schrijven van korte mails en berichten op sociale media, dan is een boek van vijftigduizend woorden plotseling een grote opgave. Een bericht is niet meer dan een wandeling naar de supermarkt maar een boek is een marathon. Er is echter een middenweg: begin met het schrijven van blogs en combineer die uiteindelijk tot een boek. De voordelen van deze aanpak zijn groot. 

Het eerste voordeel is dat je ervaring kunt opdoen met schrijven. Je oefent op een laagdrempelige manier met structuur en stijl. Het is niet zo erg als een blog zo nu en dan gammel in elkaar steekt of saaier is dan je graag wilt; het is maar een blog. De lezers van blogs zijn wel gewend dat ze niet altijd diepgravend, origineel of grappig zijn. 

Het tweede voordeel is dat je het werk uitsmeert over een lange periode. Je voelt niet meer de stress om elke dag of elke week duizenden woorden tekst te produceren. Als het lukt om elke week een blog van vijfhonderd woorden te schrijven, dan mag je jezelf complimenteren: goed bezig. Na twee jaar heb je dan het equivalent van een gemiddeld non-fictieboek bij elkaar geblogd.

Het derde voordeel is dat je je spontaniteit behoudt. Als je een boek gaat schrijven, dan bedenk je een structuur, die hopelijk origineel en aantrekkelijk is. Maar vervolgens is de neiging groot om je braaf aan die opzet te houden. Dat is ook de bedoeling, maar je kunt erin doorslaan: je laat nieuwe ideeën, actuele ontwikkelingen en spontane invallen links liggen omdat ze nu eenmaal niet in de oorspronkelijke opzet van je boek passen. Als je gaat bloggen, is spontaniteit juist je drijfveer. Je schrijft elke keer over dat wat je op dat moment boeit. Dat kan een belangrijk onderwerp zijn dat je als professional al jarenlang boeit, maar het kan ook een actuele ontwikkeling zijn waar je je ontzettend over opwindt. 

Het vierde voordeel is dat je al bloggend waarschijnlijk veel feedback krijgt van lezers. Hun reactie op de inhoud en de stijl van je blogs kun je gebruiken om je nieuwe teksten te verbeteren en zo een betere schrijver te worden.

Het vijfde voordeel is je zichtbaarheid. Als je aan je boek was gaan schrijven had niemand van je gehoord tot de boekpresentatie. Nu ben je elk blog in beeld bij iedereen die geïnteresseerd is in het onderwerp waar je over schrijft. En inderdaad, die zichtbaarheid ontstaat pas na verloop van tijd, maar als je volhoudt en braaf met grote regelmaat blijft schrijven, dan zul je zien dat het aantal lezers langzaam maar zeker toeneemt. 

Mijn laatste boek over het schrijven van een non-fictieboek (Waarom schrijf je geen boek?) is op dezelfde manier tot stand gekomen. De helft van het boek bestaat uit blogs die ik eerder heb gepubliceerd. Deze blogs heb ik waar nodig herschreven en gecombineerd met nieuwe teksten. Dat laatste is een van de nadelen van je boek bij elkaar bloggen: na een, twee of drie jaar bloggen heb je nog geen kant-en-klaar boek. Waarschijnlijk heb je bewust blogs geschreven over onderwerpen die in je boek horen, maar veel blogs zullen helemaal niet bruikbaar zijn. En de blogs die wel bruikbaar zijn, zul je alsnog grondig moeten kneden, pureren, uitrollen, indikken en mengen om er aantrekkelijke hoofdstukken van te maken. Maar dan ligt er hopelijk een boek dat de moeite waard is, en waarvoor direct belangstelling is, om te beginnen van je volgers. Ze hebben veel van je blogs al gelezen, maar nu willen ze natuurlijk ook je boek. Want ja, een boek, dat blijft toch iets magisch. 

Blog van Geerhard Bolte, uitgever van Uitgeverij Haystack. De uitgeverij voor originele en toegankelijke boeken over management, psychologie en maatschappij.

Waarom je tweede boek gaat mislukken (en wat je ertegen kunt doen)

Kun je ervoor zorgen dat je tweede boek net zo’n succes wordt als je eerste boek? Als je de volgende denkfout niet maakt, kun je de Vloek van de Tweede voorkomen. 

In de klassieke muziek heerst de Vloek van de Negende. Volgens de mythe sterven componisten rond het schrijven van hun negende symfonie. De mythe is gebaseerd op het feit dat een opvallend groot aantal beroemde componisten, waaronder Ludwig van Beethoven, Anton Bruckner, Franz Schubert en Gustav Mahler overleden voordat ze een tiende konden schrijven. 

De wortels van de mythe liggen in de negende symfonie van Beethoven. Zijn negende was revolutionair. Hij experimenteerde met koren en solisten, met de lengte en complexiteit van delen en nieuwe, emotionele melodieën. De finale van het werk is de veel bejubelde ‘Ode an die Freude’, waarin een koor het gelijknamige gedicht van Friedrich Schiller zingt, met een boodschap van universele broederschap en vreugde. De symfonie was een sensatie, de enige die het niet doorhad was Beethoven zelf. Tijdens de eerste uitvoering in 1824, precies tweehonderd jaar geleden, was de componist al volledig doof. Na het laatste deel bleef Beethoven met zijn rug naar het publiek staan omdat hij het applaus niet kon horen. Pas nadat een van de solisten hem omdraaide, zag hij het ovationele applaus van het Weense publiek. Na het succes van de negende ging het bergafwaarts met de gezondheid van Beethoven, voor een tiende symfonie kwam hij niet verder dan wat schetsen. Drie jaar na de vervolmaking van zijn meesterwerk overleed hij, waarmee de vloek was geboren.

Er is natuurlijk geen kosmische wet die bepaalt dat je overlijdt zodra je een specifiek aantal symfonieën, brieven of boeken hebt geschreven. Maar een vloek is volgens mij niet vergezocht, integendeel, volgens mij is er zelfs een Vloek van de Tweede. De vloek komt meestal uit als auteurs korte tijd na hun eerste publicatie een nieuw boek schrijven, ervan overtuigd dat het succes van hun eerste vooral te danken te danken was aan hun talent. Meestal komen ze bedrogen uit en beseffen ze vroeg of laat dat ze een one hit wonder zijn. Dat wil jij natuurlijk niet, dus wat kun je doen om ervoor te zorgen dat je tweede boek ook een hit wordt? Natuurlijk gelden voor alle boeken dezelfde succesfactoren; elk boek moet een originele invalshoek, een aantrekkelijke titel en een goede cover hebben. Maar volgens mij is er een denkfout die er vaak toe leidt dat een tweede boek niet aanslaat. 

‘De lust is eraf’

Je eerste non-fictieboek is vaak de optelsom van jaren in het veld. Je hebt als adviseur jarenlang ervaren hoe het eraan toegaat op de werkvloer en in de bestuurskamer; intussen heb je je ergernissen en oplossingen aangescherpt door er met talloze mensen over te praten. Op een dag beschrijf je alles wat je hebt bedacht in een manuscript. Zo’n manuscript is dan een sterk geconcentreerd en explosief mengsel van goed doordachte ideeën, opschreven met het vuur van een revolutionair voor wie de beoogde verandering een kwestie is van leven en dood. Als je boek verschijnt, raakt jouw emotionele betoog een gevoelige snaar bij lezers die jouw ideeën herkennen. De denkfout bij het schrijven van een tweede boek, is dat zo’n nieuw boek geen nieuwe ideeën of heilig vuur nodig heeft. Dat heeft het natuurlijk wel. Als je als advocaat een boek hebt geschreven over echtscheidingen, is er niets op tegen om na enige tijd nog een boek over dit onderwerp te schrijven. Maar heb je wel een nieuwe invalhoek? Heb je je ideeën voldoende laten rijpen? Heb je voldoende nieuwe anekdotes? 

Een tweede boek is moeilijk, in de woorden van Harry Mulisch: ‘Na het eerste boek ben je geen maagd meer. Je weet wat er moet gebeuren, maar de lust is er af.’ Als je hetzelfde succes wilt behalen, moet je in je tweede boek evenveel investeren als in je eerste boek. En het moeilijkste is ongetwijfeld om dat met evenveel liefde te doen.

Blog van Geerhard Bolte, uitgever van Uitgeverij Haystack. De uitgeverij voor originele en toegankelijke boeken over management, psychologie en maatschappij.

Jouw schrijfstijl is uniek

Jouw schrijfstijl blijkt zo uniek als je vingerafdruk. Dat is niet alleen goed nieuws. 

Het belangrijkste literaire nieuws kwam deze week uit onverwachte hoek. Het Nederlands Forensisch Instituut publiceerde een persbericht waarin het verslag deed van een bijzondere rechtszaak waarin onderzoek van het instituut een hoofdrol speelde. 

Een boekhouder wordt dood gevonden met een strop om zijn nek, maar de politie betwijfelt of het zelfmoord is. Het slachtoffer zou de daad hebben gepleegd nadat hij een groot bedrag heeft overgemaakt, en deze overboeking hebben verklaard in een e-mail. Achteraf blijkt dat de ontvanger van het geld de moordenaar is van de boekhouder. Het bewijs wordt geleverd door onderzoekers van het instituut die onderzoek doen naar de tekst in de e-mail. De stijl zou onmiskenbaar van de dader zijn. 

Het onderzoek werd uitgevoerd door informatici en linguïsten. Tijdens hun onderzoek gingen ze niet zozeer op zoek naar woorden die bij een specifiek onderwerp passen, maar juist naar alledaagse, veelgebruikte woorden: voorzetsels, lidwoorden en persoonlijke voornaamwoorden, zoals dus, je, het, een, is en zijn. Volgens de onderzoekers gebruiken we die allemaal op een andere manier, en in verschillende mate. We doen het bovendien onbewust, en het is dus lastig om andermans stijl te imiteren. Daarnaast letten de taalkundigen van het NFI op bijzonderheden, bijvoorbeeld op het gebruik van uitroeptekens, verhaspelde gezegdes en taalfouten.

Het bijzondere van dit nieuws is niet alleen dat de experts van het instituut er met veel kennis van taal (en een flinke dosis kunstmatige intelligentie) in slaagden een moordenaar aan te wijzen. De onderzoeksresultaten vormen ook nieuw en overtuigend bewijs dat elke schrijver een eigen stijl heeft. Jij, ik, iedereen. Dat is goed nieuws, onze stijl is blijkbaar even uniek als onze vingerafdruk. Maar het is volgens mij ook slecht nieuws, en niet alleen als je een misdaad in andermans schoenen wilt schuiven. 

Als jouw schrijfstijl uniek is, is het dus per definitie moeilijk tot onmogelijk om jezelf een andere stijl aan te meten. Je kunt dus niet zomaar besluiten om in de stijl van Jan Brokken, Simone van der Vlugt of Jos Burgers te gaan schrijven. En dat jouw stijl uniek is en deze onbewust toepast, betekent ook dat het lastig is om je eigen stijl te verbeteren. Als je wilt kunnen schrijven zoals Janine Jansen viool kan spelen, dan moet je erop rekenen dat je daarvoor wel een paar uur moet oefenen. Of een paar duizend. Dat is frustrerend als je haast hebt, maar het houdt je van de straat. En dat is mooi, want dan heb je ook geen tijd voor snode plannen.

Ode aan de witregel

De witregel is het stiefkind van onze taal. Een ode aan een stijlmiddel waarmee je iets kunt maken van niets. 

Wij moderne mensen zijn in het dagelijks leven niet zo bezig met niets. Iets, dat is pas waardevol. Een auto, een huis, een elektrische fiets, een iPhone: iets is wat we willen. Niets, wat heb je daar nou aan. Tot we niets missen, dan realiseren we pas dat iets er niet is. Je neemt het ononderbroken uitzicht boven de polder voor lief, tot er een windmolen verschijnt waardoor er ineens iets is in plaats van niets. 
Onze ambivalente houding met niets zie je terug in de taal. We zijn heel druk met letters en leestekens, maar we hebben weinig aandacht voor de ruimte eromheen. Dat is jammer, want zonder die ruimte was onze tekst niet meer dan een inktvlek. Per slot van rekening was de David ook maar een stuk steen tot Michelangelo begon te bikken en ruimte creëerde waar er eerst alleen marmer was. 
Schrijvers hebben allemaal voorkeuren voor fonts en lettertypes, maar ze veranderen bijvoorbeeld zelden iets aan de marges die Word voor hun documenten heeft ingesteld. Aan die ruimte zijn ze gewend, waarom zou je daarmee gaan experimenteren. Een groep dichters deed dat wel, in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Deze dichters braken met traditionele vormen en structuren en onderzochten wat een ander gebruik van witruimte deed met hun poëzie. Een van de eerste was de Amerikaanse dichter E.E. Cummings. Hij had lak aan regels voor spelling en typografie, en de lay-out van zijn gedichten was revolutionair; een inspiratie voor de Nederlandse vijftigers. 
De ruimte rond letters, woorden, zinnen en alinea’s is meer dan lege ruimte. Deels heeft die ruimte een praktische functie, denk bijvoorbeeld aan de spatie. Je kunt het je amper voorstellen, maar tot de zevende of achtste eeuw werden woorden allemaal aan elkaar geschreven. Ergens op de Britse eilanden kwam een monnik op het lumineuze idee om woorden van elkaar te scheiden met spaties. Binnen een paar eeuwen deed iedereen het. 
De ruimte tussen woorden kan ook een inhoudelijke betekenis hebben. De belangrijkste functie is het benadrukken van de structuur van je verhaal. De woorden in deze tekst heb ik niet alleen afgebroken met spaties, komma’s en punten, maar ook door na enkele zinnen te beginnen op een nieuwe regel; ik heb alinea’s gemaakt van zinnen. Als lezer sta je daar niet bij stil, maar onbewust snap je de boodschap van die nieuwe alinea: er volgt nieuwe informatie. Je kunt ook een radicale overgang creëren door een nieuwe paragraaf of een nieuw hoofdstuk te beginnen, voorzien van een tussenkop. Maar er is nog een tussenvorm: de witregel, waarmee je het ritme van de tekst subtiel doorbreekt en zo een overgang naar een volgend onderwerp vormt. Je lezer houdt zijn adem even in, wat zou er nu komen?

Kijk, daar heb je ‘m. Ik moet eerlijk toegeven dat ik deze witregel wat geforceerd heb geplaatst, maar er is natuurlijk ook echt sprake van een overgang. Voorafgaand aan deze witregel heb ik het onderwerp ruimte geïntroduceerd, en heb ik langzaam maar zeker de functie van ruimte in de (geschreven) taal geïntroduceerd. Na deze witregel, gaat het alleen nog over de witregel zelf. Bijvoorbeeld over mijn zorg dat de witregel vaak klakkeloos wordt ingezet. 
Sommige auteurs plaatsen in de manuscripten die wij ontvangen een witregel na elke alinea, wat dubbelop en dus onnodig is. Ik snap wel dat mensen het doen, en tegenwoordig vaker dan ooit. Dit komt door de populariteit van digitale teksten, die zijn opgemaakt volgens de regels van de HyperText Markup Language ofwel HTML. In HTML wordt automatisch een (bescheiden) witruimte geplaatst tussen elke alinea; blader maar eens door willekeurige online teksten, ze hebben het bijna allemaal. Het ontwerp en de ontwikkeling van deze taal was grotendeels het werk van de Brit Tim Berners-Lee, ook wel gezien als de uitvinder van het World Wide Web, en de kans is dus groot dat hij deze witruimte heeft bedacht, mogelijk omdat hij bang was dat teksten op een beeldscherm anders moeilijk leesbaar zouden zijn. Inmiddels zijn teksten op beeldschermen echter even scherp als op papier, dus voor de leesbaarheid heb je eigenlijk geen witregel meer nodig. 
Maar ik denk dat er nog een reden is waarom schrijvers zo vaak witregels plaatsen: ze hebben tijdens het schrijven moeite met het doorzien van de structuur van hun eigen tekst, en plaatsen daarom na elke alinea een witregel om het onderscheid makkelijker te maken. Dat is begrijpelijk, maar niet de oplossing voor het probleem. Elke alinea moet inhoudelijk een eiland op zichzelf zijn. Als de inhoud van alinea’s rommelig is, dan helpt een witregel ook niet. Dan is hij niet meer dan gebakken lucht, een visuele truc om structuur te suggereren die er eigenlijk niet is. 
Schrijf je een boek? Ga dan eens experimenteren met de witregel. Als een alchemist maak je op magische wijze iets van niets. Gebruik ‘m spaarzaam, maar laat ‘m niet links liggen, dat heeft hij niet verdiend. 

Blog van Geerhard Bolte, uitgever van Uitgeverij Haystack. De uitgeverij voor originele en toegankelijke boeken over management, psychologie en maatschappij.

Mag Sarah jouw socials schrijven?

Wat zou George Orwell hebben gevonden van AI-bots die je teksten voor sociale media schrijven? ‘Het enige verlangen dat eruit spreekt is het spekken van de eigen bankrekening.’

Ik las deze week dat een start-up zijn teksten op sociale media laat schrijven door Sarah. Sarah is geen mens maar een AI-bot, ontwikkeld door Typetone. Geestelijk vader Sjoerd de Kreij van dit techbedrijf verwoordde de voordelen van zijn chatbot als volgt in de Volkskrant: ‘Sarah ontzorgt als een medewerker voor de prijs van een stagiair.’ Als ik weer zo’n bericht over kunstmatige intelligentie lees waarin het einde der tijden wordt aangekondigd, dan denk ik altijd: wat moet ik daar nou weer van denken. Gelukkig dacht ik direct aan George Orwell, aan wie je het formuleren van een mening altijd zorgeloos kon overlaten. 

Als Orwell nog had geleefd, dan had hij over dit nieuws ongetwijfeld een even kritisch als welluidend essay geschreven. Je kunt je zijn reactie moeiteloos voorstellen omdat hij veel over taal en schrijven heeft geschreven, bijvoorbeeld in zijn essay Why I write uit 1946. Het betoog in dit essay geeft volgens mij voldoende aanknopingspunten om Orwells reactie te bedenken op het inzetten van AI voor je sociale media. 

Orwell beschrijft vier motieven die volgens hem alle schrijvers inspireren: 

Puur egoïsme

Hiermee bedoelt Orwell de wens om slim over te komen, overgeleverd te worden aan de toekomst, en invloed en erkenning te krijgen. Op het eerste gezicht scoort de ondernemer die Sarah inzet hoog op de egoïsmeschaal. Je kunt goede sier maken met teksten die Sarah voor je heeft geschreven. Orwell zou zich echter afvragen hoe houdbaar deze status is. Het is namelijk Sarah die de teksten schrijft, met de inhoud heeft de creditcardhouder die het abonnement op Sarah betaalt niets te maken. Het doet me denken aan marathonloper Rosie Ruiz die tijdens de Boston Marathon in 1980 werd uitgeroepen tot winnaar van de vrouwen. Later bleek dat ze het grootste deel met de metro had gereisd. 

Esthetische geestdrift 

Dit motief gaat over de waardering voor de schoonheid van woorden en de drang om ervaringen en beelden op een esthetisch bevredigende manier te creëren. Hier zou Orwell weinig mooie woorden aan vuil maken, daarvoor zijn de teksten van AI-chatbots nog te onaantrekkelijk. Zowel Sarah als haar opdrachtgever lijken weinig waarde te hechten aan esthetiek. 

De historische prikkel

In de visie van Orwell heb je als schrijver de wens om met je teksten de feiten vast te leggen, de waarheid te vinden en te bewaren. AI-systemen zijn natuurlijk heel deskundig in het vinden van feiten, maar ze vinden niet zelden de verkeerde en ze zijn nog niet betrapt op het vinden van nieuwe, niet eerder ontdekte feiten. Ook door een historische prikkel lijken Sarah en haar gebruikers niet te worden gemotiveerd. Ze zijn niet op zoek naar de waarheid, maar naar klanten. 

Politieke doeleinden

Hieronder verstaat Orwell het verlangen om de wereld te veranderen naar een ideaalbeeld, het streven om ideeën en meningen een bepaalde richting op te sturen. Dit verlangen lijken alle Sarah’s te ontberen: ze zijn juist politiek correct en conformeren zich daarmee aan het wereldbeeld dat de minste kritiek oplevert in een samenleving. Het enige verlangen dat eruit spreekt is het spekken van de eigen bankrekening. Het creëren van een mooiere wereld, de belangrijkste motivatie van socialist Orwell, heeft geen prioriteit.

Ik denk dat ik het wel eens ben met Orwell: Sarah en haar opdrachtgevers worden niet gedreven door idealistische motieven, maar louter door economische motieven. Juist daarom juich ik de inzet voor ‘sociale’ media niet toe; dat zijn in mijn ogen toch teksten die een menselijke hand vereisen om sociaal te kunnen zijn. Net als boeken, zou Orwell zeggen, die in tegenstelling tot Sarah nooit opschepte over zijn werk, maar daarentegen hard oordeelde over zijn literaire nalatenschap: ‘Als ik het werk dat ik geschreven heb doorkijk, zie ik dat ik onveranderlijk levenloze boeken heb geschreven, waar het ontbrak aan politieke gerichtheid, daar heb ik me laten verleiden tot fraaie zinswendingen, passages zonder inhoud, decoratieve adjectieven en in het algemeen onzin.’ Aldus Orwell, de auteur van meesterwerken als Down and out in London and ParisAnimal Farm en 1984. Zou Sarah op een dag ook zo kritisch terugkijken op haar prestaties? 

PS De vertaling uit de laatste alinea is uit de essaybundel Waarom ik schrijf van De Arbeiderspers uit 2020, vertaald door Olaf Brenninkmeijer, Lore Coutinho, Martin Schouten en Arie Storm. 

Delete of niet

Kill your darlings is wreed en onnodig. Je mag je favoriete teksten en ideeën gewoon bewaren, op een dag ben je blij dat je ze niet hebt vermoord. 

Ik ben een digitale hamsteraar. Fysieke spullen die ik niet meer nodig heb, gooi ik zorgeloos weg, maar van digitale informatie kan ik geen afstand nemen. En waarom zou ik ook. Alles wat ik ooit heb geschreven, neemt in de cloud amper een schapenwolkje in beslag. 

Ik bewaar niet alleen kant-en-klare teksten, ik bewaar ook alle letters die van mijn bureau vallen als ik aan het schrijven ben. Want als ik schrijf, ben ik de hele tijd aan het schrappen. Veel tekst verdwijnt dan voor eeuwig met een druk op de delete-knop, maar al het literaire zaagsel waarvan ik denk dat het nog eens van pas kan komen bewaar ik, want je weet maar nooit. 

Volgens mij doe je jezelf en je lezer om twee redenen een groot plezier met het bewaren van ongebruikte teksten. De eerste reden is ongetwijfeld de belangrijkste: door overtollige teksten te schrappen, bespaar je de lezer veel tijd en ergernis. Hij hoeft zich in jouw boek niet door dicht struikgewas te worstelen dat jij hebt laten groeien. Met je digitale kapmes kun je de weg voor hem effenen en er zo voor zorgen dat je lezer snel en comfortabel zijn eindbestemming bereikt. Ik weet het, het is soms pijnlijk om belangrijke feiten of indrukwekkende cases te schrappen, maar als ze geen functie hebben in je boek moet je streng zijn: weg ermee. De Amerikaanse hoogleraar Edgar Dale ontdekte dat we slechts 10 procent onthouden van wat we lezen. Je kunt er dus maar beter voor zorgen dat je tekst zo min mogelijk ruis bevat, zodat je lezer onthoudt wat er volgens jou echt toe doet. 

De tweede reden om ongebruikte teksten te archiveren is dat de informatie die je hebt verwijderd en bewaard later nog van pas kan komen. Je bevindt je in goed gezelschap, recyclen is populair. Als koks bieten gebruiken, gooien ze de restjes niet meer weg, maar maken ze er een puree van. Als Taylor Swift een album maakt, bewaart ze ongebruikte songs voor later. Ze noemt deze songs haar vault tracks. Modeontwerpers grijpen continu terug op oude trends. Ook schrijvers hergebruiken oude teksten en ideeën. Thrillerschrijver Stephen King beschrijft in zijn onvolprezen boek On writing hoe hij oude ideeën, scenes, personages en verhaallijnen hergebruikt. In het boek adviseert King schrijvers om een ​​‘ideeënboek’ bij te houden. Hij vindt het zelfs waardevol om ideeën niet direct te gebruiken, maar ze te laten rijpen. Kom er later op terug, schrijft King, en kijk of je er nog steeds enthousiast over bent.

Blog van Geerhard Bolte, uitgever van Uitgeverij Haystack. De uitgeverij voor originele en toegankelijke boeken over management, psychologie en maatschappij.

Hoe begin ik een zin?

Het is helemaal niet makkelijk, een zin schrijven. Waar moet je beginnen?

Waar gaan we dit jaar naartoe op vakantie? Wordt het Frankrijk, Uruguay, Finland, Italië, Canada, Nieuw-Zeeland, de Ardennen, Spanje, Bali, Limburg, Griekenland, Portugal, Peru, Marokko, Texel, Kenia, Noorwegen, Thailand, Japan, IJsland, Vietnam, Oostenrijk, Zeeland, de Verenigde Staten, Zuid-Afrika, Sri Lanka, Botswana of Egypte? En wordt het een cultuurvakantie, een wandelvakantie, een zeilvakantie, een fietsvakantie, een culinaire vakantie, een cursusvakantie, een kanovakantie, een luiervakantie, een fotografiereis, een wellnessvakantie, een stedentrip, een wintersportvakantie, een kampeervakantie, een yogaretraite, een paardenvakantie, een survivalvakantie, een duikvakantie, een safarivakantie of een cruisevakantie? 

Het aantal keuzes dat je elke dag moet maken, is duizelingwekkend. Uit onderzoek van hoogleraar psychologie Ap Dijksterhuis uit 2015, blijkt dat Nederlanders ongeveer 22.000 keuzes per dag maken. Dijksterhuis en zijn onderzoekers lieten hiervoor 150 mensen gedurende twee weken een dagboek bijhouden waarin ze alle keuzes opschreven die ze maakten. Het aantal van 22.000 verbaast me niet. Ik krijg al kortsluiting als ik in de supermarkt rijst moet kiezen: Albert Heijn verkoopt 231 soorten rijst van 46 merken. En dan te bedenken dat geen van de respondenten bezig was met het schrijven van een boek. Het aantal keuzes stijgt namelijk exponentieel als je voor een beeldscherm plaatsneemt en aan een zin begint. 

In de (dikke) Van Dale staan ongeveer 250.000 woorden. De grammatica van het Nederlands dicteert dat zinnen over het algemeen beginnen met een onderwerp of een bijwoordelijke bepaling, maar in principe zou elk woord uit de Van Dale als eerste woord van een zin kunnen fungeren. En het aantal woordcombinaties is helemaal onvoorstelbaar. Ik kwam op een schatting van een 1 met 194 nullen. 

En daar zit je dan, met je letters en cijfers, punten en komma’s. Waar moet je beginnen? 

Geen idee

George Miller, een veelgeprezen psycholoog die zich vrijwel zijn hele carrière heeft beziggehouden met taal was heel cynisch over onze kennis over het mechanisme van de denkende mens: ‘We weten niet waarom we zeggen wat we zeggen. We weten niet waarom we begrijpen wat we horen.’ Aan wetenschappers als Miller heb je dus niets, en ik vrees dat ik zelf ook niet weet hoe je de juiste woorden kunt kiezen om de zin te schrijven die zegt wat jij wilt zeggen. Ik zit hier te schrijven en ik verbaas me over de woorden die op mijn beeldscherm verschijnen. Ik zie mijn vingers over het toetsenbord bewegen, maar ze lijken een eigen wil te hebben. Ze schrijven niet wat ik bedenk, ze bedenken zelf wat ik schrijf. 

Wat ik wel weet, is wat mij helpt om dit raadselachtige proces op gang te brengen: ik begin gewoon met schrijven. Al is het onzin, het is in elk geval een zin. Zwalkend door het woordenboek van mijn geheugen vind ik vroeg of laat een ritme en lukt het om de juiste woorden te kiezen en de verkeerde te schrappen. Voordat je denkt dat ik maar wat aanrommel: deze aanpak wordt ook wel freewriting genoemd. Het is een techniek (familie van brainstorming) die je helpt om je gedachten ongeremd op papier te zetten zonder jezelf te censureren. Probeer het eens, in het slechtste geval levert het niets op, maar heb je toch wat geschreven.